2019 Archives - Pagina 4 van 5 - BlueTerra
255
archive,paged,category,category-255,paged-4,category-paged-4,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.4,vc_responsive
pellets

De rol van biomassa op de weg naar klimaatneutrale glastuinbouw

Bron: Groentenieuws.nl. Mits men intensief weet samen te werken en CO2 en elektriciteit in voldoende mate (al dan niet geleverd vanuit externe bronnen) beschikbaar zijn, zijn er diverse mogelijkheden om iedere teelt fossielvrij te maken. Dat betoogde Feije de Zwart van Wageningen UR op de BlueTerra Tuinbouw Energiedag, vrijdag 8 maart in. In het realiseren van een ‘klimaatneutrale glastuinbouw’ verwacht hij met name veel van de warmteterugwinning uit de kas en geothermie.

Biomassa

Naast het winnen van restwarmte, het aansluiten op geothermie projecten of de mogelijkheden die restwarmte uit andere industrieën bieden, ziet Jeroen van Larrivee van BlueTerra voor de individuele tuinder een interessante rol weggelegd voor de inzet van biomassa.

Tijdelijke groei

Het aandeel duurzame energie in de algehele landelijke energievoorziening is 7,3%. 60% hiervan wordt gewonnen uit Biomassa. Van de vijf pijlers – naast biomassa moet men denken aan windenergie, zonne-energie, aardwarmte en ‘buitenluchtwarmte’-  groeit het aandeel biomassa bovendien het hardst, zo zou blijken uit cijfers van het CBS.

..naar plafond…

Interessant is echter dat aan de hoeveelheid beschikbare biomassa een plafond zit. Voor zover het hout betreft, zijn er momenteel ruim 15 ketels met een vermogen groter dan 1MW in de tuinbouw in gebruik (landelijk zijn dit er iets meer dan 80). Dat aantal zal de komende tijd zeker groeien, al is het alleen maar als men kijkt naar het aantal projecten dat momenteel in ontwikkeling is. Ook is nog meer te halen uit de beschikbare houtsnippers – steeds vaker worden er hoogcalorische pellets uit vervaardigd.

..naar krimp

Maar, zo blijkt uit het betoog van Jeroen, men moet het toekomstige aandeel van biomassa niet verder overschatten. De beschikbaarheid is , zoals gezegd, op de langere termijn beperkt. Ook is er nu nog (SDE) subsidie beschikbaar, maar in 2025 stopt dat. Daarom voorspelt hij een verdere groei tot aan 2025, waarna het geleidelijk weer iets zal krimpen.

De vermeende 0-uitstoot in 2040 zal dan ook niet met verdere investeringen in biomassa worden gerealiseerd, maar veeleer uit de voornoemde bronnen geothermie, warmteterugwinning en bijvoorbeeld ook het gebruik van restwarmte van datacenters, waarvoor men (bijvoorbeeld Nuon) ook een groot aandeel ziet weggelegd.

Biomassa zal kortom een niet onbelangrijke rol spelen in de energietransitie, maar is door een beperkte beschikbaarheid op den duur niet meer dan een relatief klein deel. De bulk van de duurzame energie zal, om op de woorden van Feije de Zwart terug te komen, komen uit warmteterugwinning, geothermie en allicht datacenters.

Klik hier voor de presentaties van Jeroen van Larrivee van BlueTerra, Feije de Zwart van Wageningen UR en de overige presentaties die op de middag bij BlueTerra gehouden werden.

 

 

 

Nuon en AEB gaan investeren in warmtenet Amsterdam

Nuon en Afval Energie Bedrijf Amsterdam (AEB) investeren samen €400 mln in het warmtenet van de hoofdstad. Dat maken de bedrijven deze donderdag bekend. Met de investering wordt het westelijke deel van het warmtenet in de stad gekoppeld aan het oostelijke deel. Hiervoor gaat Nuon ook een hulpwarmtecentrale en warmtebuffer plaatsen. Daarbij was BlueTerra verantwoordelijk voor de basic engineering en zal het ook betrokken zijn in de realisatie. 

Het warmtenet in de regio Amsterdam bestaat uit twee delen. Een deel dat het oosten en zuiden van de stad verwarmt, gevoed door een gasgestookte centrale van energieproducent en -leverancier Nuon. En een deel dat het noorden en westen van de stad warm houdt, gevoed door restwarmte van de afvalenergiecentrale van AEB. Het noord-westelijke deel is eigendom van Westpoort Warmte (op zijn beurt weer in handen van AEB en de gemeente Amsterdam en Nuon). Het zuid-oostelijke deel is eigendom van Nuon. Beide partijen verwachten een groei in de vraag naar warmte in de stad en willen het bestaande warmtenet verduurzamen. Samen investeren de bedrijven €400 mln om een aantal aanpassingen mogelijk te maken.

Zo zal er een extra pijpleiding van ongeveer vier kilometer worden gelegd in het westelijke gedeelte van Amsterdam om de twee warmtenetten met elkaar te verbinden. In de leiding investeren Nuon en AEB gezamenlijk. Daarnaast investeert Nuon dus zelfstandig in een hulpwarmtecentrale om bij te kunnen springen op piekmomenten en investeert het bedrijf in een warmtebuffer waarin 3.600 vierkante meter warm water opgeslagen kan worden. De hulpwarmtecentrale faciliteert de groei van het stadswarmtenet, vergroot de leveringszekerheid, waarborgt de noodzakelijke vergroening van de warmteopwekking, verhoogt de capaciteit en verbetert de flexibiliteit van warmte-opwekking. De HWC en warmte-opslag komen aan de zuidkant van de stad waar de A10 de A4 kruist.

(Bron: Energeia; Zie voor volledige artikel: https://energeia.nl/energeia-artikel/40079612/nuon-en-aeb-amsterdam-investeren-400-mln-in-warmtenet)

 

 

Champost: kostenpost kan ook energiebron zijn

Bij de productie van champignons blijft na de oogst het substraat achter. Dit substraat, champost genoemd, wordt vaak tegen hoge kosten afgevoerd naar akkerbouwgebieden. In Nederland gaat het om circa 16.000 ton per week. Vanwege de samenstelling zou het echter ook nog dienst kunnen doen als energiebron. Dit is de reden waarom BlueTerra in opdracht van het Paddenstoelenpact een quick scan heeft uitgevoerd naar de mogelijkheden om energie te winnen uit champost.

In een quickscan is gekeken in hoeverre champost geschikt is als brandstof voor vergisting, verbranding, vergassing en pyrolyse. Hierbij is specifiek gekeken naar een hoeveelheid van 2.000 ton per week, welke vrijkomt bij de firma Van Herwijnen in Zaltbommel.
Champost wordt gekenmerkt door een relatief hoog watergehalte en een hoog asgehalte. Alhoewel het organische stof bevat is het geen vanzelfsprekende brandstof en is het een technische uitdaging om hieruit energie te produceren. Er is in Nederland dan ook vrijwel geen ervaring met het vergisten, verbranden, vergassen of pyrolyseren van champost.

Uit de quick scan blijkt dat het, met de nodige aanpassingen, technisch mogelijk is om energie te winnen uit champost. De benodigde installatie van een installatie zal 20 – 25 M€ gaan kosten.

De financiële haalbaarheid van een dergelijke installatie hangt sterk af van een aantal factoren:

  • In hoeverre het eindproduct (digestaat na vergisting, verbrandingsassen na vergassing of verbranding en biochar na pyrolyse) mag worden toegepast als meststof in Nederland. De regelgeving laat dit momenteel in veel landen nog niet toe. De financiële waarde van deze eindproducten bepalen in grote mate de haalbaarheid.
  • De afzet van de warmte, met name bij verbranding, is noodzakelijk voor een mogelijk haalbaar concept. De afzet van deze warmte, bijvoorbeeld aan de tuinbouw of gebouwde omgeving, dient gegarandeerd te zijn.

 

Van alle concepten lijkt het verbranden van champost vooralsnog de meest interessante optie. Het is echter van belang dat er bij een vervolg eerst meer inzicht wordt verkregen in de afzetmogelijkheden van de eindproducten en in de technische consequenties voor een verbrandingsinstallatie als deze geschikt gemaakt zou moeten worden voor champost.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Erik Kosse.

 

Unieke samenwerking BlueTerra en Groene Allianties de Liemers bezegeld

Op 19 februari 2019 hebben Mark van Westerlaak (links op de foto), voorzitter van Groene Allianties de Liemers, en Michiel Steerneman (rechts op de foto), manager bij Blue Terra Energy Experts, hun handtekening gezet onder een samenwerkingsovereenkomst. Zij gaan samenwerken om de procesaanpak ‘Regie op Energie’ in de Liemers verder in de markt te zetten, te verbeteren én uit te bouwen.


Regie op Energie is een aanpak die bedrijven en organisaties helpt om energie te besparen én te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De aanpak is uniek in Nederland:

● omdat vertrouwde relaties van de ondernemer ingezet worden om de aanpak onder de aandacht te
brengen en uit te voeren: de eigen accountant, huisinstallateur en/of energieconsulent

● omdat regionale partners uit de Liemers worden ingeschakeld in de uitvoering waardoor ook de
lokale economie wordt gestimuleerd

● omdat Groene Allianties de Liemers als onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk en de
duurzaamheidsambities vertegenwoordigend van 32 bedrijventerreinen de aanbieder is van deze aanpak

● omdat BlueTerra jarenlange ervaring heeft op het gebied van energiebesparing, duurzame energie,
zowel in advisering als uitvoeringsbegeleiding

● omdat de aanpak aangeboden wordt in de vorm van een vierjarig abonnement waardoor continuïteit
in de aandacht voor het energieverbruik en uitvoering van maatregelen gecreëerd wordt

● omdat alle betrokkenen jaarlijks getraind worden, zodat de kwaliteit in de uitvoering geborgd blijft

● omdat het bevoegd gezag (gemeenten en omgevingsdiensten) deze aanpak omarmt en deelnemers
voldoende ruimte geven te voldoen aan hun wettelijke verplichtingen

In het SER Energieakkoord van 2013 is aan marktpartijen gevraagd met voorstellen te komen om energiebesparing als businessmodel in de markt te zetten; dit in analogie met de APK voor auto’s.
Op basis van deze samenwerking en eerdere evaluaties is in 2018 de procesaanpak ´Regie op Energie´ ontwikkeld.

De overheden zijn erg gecharmeerd van deze aanpak. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de  Rijksdienst voor Ondernemend Nederland volgen deze Liemerse aanpak met veel belangstelling. De Provincie Gelderland steunt de uitvoering en doorontwikkeling van Regie op Energie met subsidie voor iedere deelnemer. En ook de lokale gemeenten in de Liemers zijn enthousiast. De gemeente Duiven loopt daarin voorop doordat ze deelneemt aan Regie op Energie met de eigen overheidsgebouwen en daarnaast ook alle ´inrichtingen´ die vallen onder haar bevoegd gezag oproept om te gaan deelnemen.

Ruim 30 bedrijven en organisaties uit de Liemers hebben zich al gemeld voor Regie op Energie. Groene Allianties de Liemers is een samenwerkingsverband van ondernemers, overheden,
onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties gericht op het versnellen van duurzaamheid in de Liemers, waaronder 32 bedrijventerreinen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Michiel Steerneman.

 

BlueTerra Masterclass Energietransitie voor de industrie start in mei

Het Klimaatakkoord en aankomende regelgeving voor CO2-emissiereductie leggen grote druk op de industrie. Alleen energiebesparing is niet langer voldoende. Volg onze Masterclass Energietransitie waarmee u in vijf dagen volledig op de hoogte bent van de mogelijkheden, randvoorwaarden, technische en economische mogelijkheden van duurzame energie en energie-efficiency maatregelen in de industrie. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar!

Kees Biesheuvel, Technology Innovation Manager bij Dow Benelux en directeur cluster warmte bij ISPT: “Vanuit mijn rol om hoogtemperatuur proceswarmte te verduurzamen, juich ik dit initiatief van harte toe. De procesindustrie heeft nog een lange weg te gaan. Een masterclass als deze beveel ik daarom zeker aan!”

Ongetwijfeld kent u de beschikbare duurzame technieken op hoofdlijnen en volgt u de ontwikkelingen rondom de energietransitie en CO2-emissie reductieplannen. Maar weet u er voldoende van om ze effectief te kunnen toepassen in uw organisatie? Maakt u nu de juiste keuzes voor de toekomst?

Na het volgen van deze masterclass heeft u inzicht in de mogelijkheden, randvoorwaarden, technische en economische mogelijkheden van duurzame energie en energie-efficiencyverbetering in de industrie. Aan de hand van theorie en praktijkcases kunt u daarna met concrete acties en maatregelen aan de slag gaan.

Klik hier voor het volledige programma en aanmelden

Heeft u nog vragen, neemt u dan contact op met ons secretariaat via info@blueterra.nl of +31 (0)88 – 520 04 00.

CO2 reductiedoel stelt goederenvervoer voor enorme uitdaging

Ruim 21 procent van de emissie van kooldioxide (CO2) in Nederland wordt veroorzaakt door de sector verkeer en vervoer. De CO2-emissie loopt recht evenredig op met het verbruik van motorbrandstoffen. Hierdoor is het wegverkeer, dat de meeste brandstof verbruikt, de grootste emissiebron bij verkeer en vervoer (78 procent) (Bron: CBS).

Absolute toename CO2-emissies

Absoluut is de totale CO2-uitstoot door verkeer en vervoer alleen maar toegenomen. Sinds 1990 met circa 25%. De trend is nog steeds stijgende. De fiscale ondersteuning van zuinige auto’s en elektrisch rijden heeft wel geholpen, maar doordat de personenauto’s ook zwaarder zijn geworden is de absolute uitstoot niet gedaald. Heel anders is dat met goederenvervoer; tussen 1990 en 2001 nam het aantal bestelbusjes toe ten koste van zwaardere vrachtwagens. Het brandstofverbruik en de emissies namen hierdoor aanzienlijk af.

Klimaatakkoord en zorgplicht

Het ontwerp van het Klimaatakkoord is klaar. Daarmee ligt er een omvangrijk samenhangend pakket waarmee Nederland in 2030 de uitstoot van CO2 met ten minste 49 procent kan terugdringen. De mobiliteitstafel heeft een reductieopgave van minimaal 7,3 Megaton CO2 in 2030 gepresenteerd, als tussendoel naar het nationale doel om in 2050 de CO2-uitstoot met minimaal 95 procent ten opzichte van 1990 terug te dringen.

Wat is nu al verplicht?

Voor (goederen)vervoer geldt nu al een zorgplicht. Zowel voor inrichtingen die onder de Wet milieu beheer vallen, als voor inrichtingen die onder het activiteitenbesluit vallen, geldt er de zorgplicht. Voor een deel dwingt de EED verplichting e.e.a. al af. De overheid ondersteunt inrichtingen enorm met het realiseren van vervoersmanagement, met een toolbox en berekeningsbladen emissies. Onderstaande figuur geeft een overzicht van een routing naar vervoersmanagement een besparingsplan zorgplicht vervoer. De reikwijdte van de EED-verplichting is hierin ook opgenomen.

 

 

Wilt u meer weten over vervoersmanagement, zorgplicht vervoer of vervoer in de EED-verplichting. Neem dan contact op met Ariën Smit.

 

8 maart: BlueTerra Tuinbouw Energiedag

Op 8 maart organiseerde BlueTerra haar jaarlijkse tuinbouw energiedag. Voor dit jaar lag de focus op de weg naar een klimaatneutrale glastuinbouw.

Visie naar 2030

Na de opening van Stijn Schlatmann, trapte Sjaak van der Tak namens Glastuinbouw Nederland af. De glastuinbouw is al geruime tijd bezig met de energietransitie en is daarmee verder in het bereiken van de klimaat doelen dan andere sectoren. Als brancheorganisatie wil Glastuinbouw Nederland gaan voor een klimaat neutrale sector in 2040. Dit kan alleen door intensieve samenwerking binnen- en buiten de sector en met de beschikbaarheid van (externe-) CO2 en elektriciteit.

Met deze voorwaarden zijn er diverse mogelijkheden om elke teelt fossiel vrij te maken, zoals Feije de Zwart (Wageningen UR) toelichtte. Rekening houdend met de verwachte ontwikkelingen, zullen warmteterugwinning uit de kas en geothermie een steeds grotere rol gaan spelen.

Duurzame warmte

Juist op het gebied van geothermie is er nog veel onbekend, waarmee projecten risicovol blijven. EBN heeft de opdracht gekregen om deze risico’s te verkleinen. Hiervoor wil EBN als onafhankelijke partij actief participeren in geothermie projecten en daarbij specifieke ondergrond kennis beschikbaar maken voor de gebruikers.

Naast geothermie is er in Zuid-Holland ook een groot project gaande om industriële restwarmte beschikbaar te maken voor tuinders. Tussen plannen en realisatie zit een heel traject, zoals Gerdien Priester van de provincie Zuid-Holland toelichtte. Toch nadert het project het punt van realisatie, waarmee duidelijk wordt welke combinaties van lokale en regionale warmtebronnen beschikbaar zijn.

Voor individuele tuinders zijn er vooral mogelijkheden door de inzet van biomassa. Hoewel de traditionele houtsnippers nog ruim voorradig lijken zullen er meer regionale tekorten gaan ontstaan, aldus Jeroen Larrivee van BlueTerra. Voor nieuwe installaties is het daarom raadzaam om ook alternatieve brandstof vormen te onderzoeken, zoals shreds en houtpellets.

Voorbereid op de toekomst

Ook zonder vernieuwing van de warmtevoorziening kunnen tuinders zich actief voorbereiden op de komende transitie. Zo ontwikkeld LED verlichting zich steeds sterker als alternatief voor de traditionele HPS/SON-T verlichting. Hoewel dit de energievraag fors reduceert, moet het kleurenpalet wel afgestemd worden op het gewas, zoals Arie de Gelder (Wageningen UR) toelichtte.

Voor kassen met lagetemperatuur warmtesystemen en een warmtebuffer kan de toepassing van zonthermie een interessante aanvulling zijn op de reguliere warmtevoorziening. Robbert van Diemen (HRSolar Projects) lichte deze mogelijkheden toe, waaruit bleek dat een groot deel van de zomerse warmtevraag (droogstoken) gedekt kan worden met een minimaal benodigd oppervlakte en een lage investering.

Als afsluiter illustreerde Nick ten Asbroek (Frames) de samenwerking tussen industrie en glastuinbouw door een impressie te geven van CO2-afvang uit biomassa in Sirjansland. Door het industriële zuiveringsproces van gassen te optimaliseren, kan dit proces ook toegepast worden bij middelgrote houtketels. Hiermee kunnen tuinders met een geschikte houtstookinstallatie zuivere CO2 produceren voor de bemesting van hun eigen gewassen.

Presentaties Glastuinbouwdag 2019

BlueTerra – Vooruitzichten biomassa
EBN – Opschaling aardwarmte
WUR – Warmteterugwinning en fossielvrij
Glastuinbouw Nederland – visie Klimaatakkoord
HRSolar Projects – Duurzaam verwarmen in de glastuinbouw
Programma Glastuinbouwdag 2019
Provincie Zuid-Holland – Ontwikkelingen warmtenetten ZH
WUR – Planten en LED
Frames – CO2 capture from biomass combustion

Forse impact van klimaatakkoord op de industrie

Daags voor Kerst is door Ed Nijpels,  voorzitter van het Klimaatberaad  het ‘Ontwerp van het Klimaatakkoord’ gepresenteerd. Het PBL, het planbureau voor de leefomgeving, gaat het akkoord doorrekenen en daarna moet het kabinet zich er over uitlaten. Als uit deze analyse blijkt dat het voorgestelde maatregelenpakket onvoldoende is om het doel van 49% CO2-reductie in 2030 te halen, dan zal er waarschijnlijk een schepje bovenop moeten. Het kabinet zal vermoedelijk vooral bepalen hoe de lasten worden verdeeld en hoe een en ander in wetten en regelgeving wordt vastgelegd.  BlueTerra verwacht dat het akkoord in hoge mate het beleid van de komende jaren gaat bepalen. Hieronder volgt een korte toelichting.

 

Aan de industrietafel is een reductiedoel in 2030 van 14,3 Mt afgesproken additioneel aan bestaande beleid (5,1 Mt). Ter vergelijking, de bestaande emissie van de industrie ligt in de orde van 35 Mt. Het gaat daarbij om emissies in scope 1, 2 en 3, dat wil zeggen, naast de eigen CO2-emissie ook de emissie van energieleveranciers en emissie in de keten. De industrie committeert zich daarbij aan zo’n 9 tot 15 miljard € aan private investeringen om deze extra opgave te realiseren. De overheid zal van haar kant instrumenten inzetten om de afgesproken doelen te bereiken. De belangrijkste instrumenten zijn:

1.      Subsidie voor innovaties; De overheid zal een subsidie instellen voor klimaatinnovatie oplopend tot 100 mln € per jaar en het bedrijfsleven zal eveneens 100 mln € per jaar investeren.

2.      De SDE+ regeling wordt verbreed naar CO2-reductie (SDE++) waarbij op volgorde van kostenefficiëntie projecten met subsidie worden ondersteunt (budget voor CO2 reductie binnen de SDE loopt op naar 550 mln € per jaar)

3.      Er komt een CO2-heffing

 

Heeft u vragen of u daaronder valt, vragen over het energieakkoord of andere vragen over welk energiebeleid voor uw bedrijf van toepassing wordt, neem dan contact op met Stijn Schlatmann of Egbert Klop.

Zonnepanelen op recreatiewater bieden perspectief

Drijvende zonneparken zijn een nieuwe trend. Naast zonnepanelen op daken en op velden worden de eerste zonneparken op zandwinlocaties en gietwaterbassins gerealiseerd. Dit is welkom, want er zijn nog heel veel zonnepanelen nodig om Nederland te verduurzamen. Tot nu toe zijn er geen projecten gerealiseerd op recreatiewater. Een nieuwe studie in opdracht van STIRR en Leisurelands laat zien dat daar wel kansen liggen. 

Grote zonneparken op landbouwgrond stuiten op steeds meer verzet. De toepassing van zonne-energie op water vormt hiervoor een alternatief. Als slechts 4% van het binnenwater in Nederland wordt benut, dan kan voldoende elektriciteit worden geproduceerd voor meer dan 1 miljoen huishoudens. Uiteraard moet er wel rekening worden gehouden met de functies en gebruikers van water.

Bij zonne-energie op recreatiewater is de beleving van het landschap en het zonne-veld van groot belang. Deze beleving verschilt per persoon en vaak ook per type recreant (zoals badgast, visser, wellnessbezoeker). Verwacht wordt dat veel recreanten de ontwikkeling van zonne-energie zullen accepteren, mits het doel ervan wordt uitgelegd en mits de ruimte voor recreatieve activiteiten niet wordt gehinderd. Aandachtspunten zijn de vormgeving en landschappelijke inpassing en het behoud van ecologie op en onder water. Bovendien is de business case nog kwetsbaar.

Er zijn verschillende strategieën waarmee het zonnepark ingepast kan worden. Uitgewerkt zijn de strategieën ‘show & tell’, ‘attractie’ en ‘verhullen’, waarbij er telkens ook kansen bestaan voor meekoppeling. Voorbeelden van meekoppeling zijn steigers voor vissers, duikplekken, kleine paviljoens etc. De strategie ‘show and tell’ gaat uit van het eenvoudig presenteren van een zonnepark dat zorgvuldig wordt gedetailleerd. Voorbeeld van deze strategie is een volledig rond veld met een rustige kleurstelling. Deze strategie is aantrekkelijk omdat de panelen hoe dan ook zichtbaar zullen worden en omdat dit vanuit een reguliere businesscase haalbaar lijkt.

Bij de totstandkoming van een zonneveld op water eisen verzekeraars beveiliging. Vandalisme, diefstal en ongelukken bij het zonneveld dienen voorkomen te worden en daar is nog weinig ervaring mee. Wel zijn er ideeën over drijvende steigers en hekwerk. Er is ook weinig ervaring met drijvende beplanting en met ecologische structuren onder een zonneveld. Tenslotte dient detailontwerp en de kleurstelling van drijvers nader te worden onderzocht.

Een eerste kans ontstaat voor zonnevelden van 2-2,5 hectare, waarbij meedraaiende zonnevelden positiever uitkomen dan statische velden. Het is denkbaar dat binnenkort marktpartijen kunnen worden gevonden die een dergelijk project willen realiseren, waarbij de terreineigenaar niet zelf investeert maar een kleine vergoeding of de groenestroomcertificaten ontvangt, en na verloop van tijd het zonneveld overneemt.
Het onderzoek is uitgevoerd door BlueTerra Energy Experts, Wing en Verheijden Concepten in opdracht van STIRR en Leisurelands.

Bekijk de rapportage: werkboek_zon_op_water_DEF-gecomprimeerd

 

5 maart: Bijeenkomst SDE+, SDE++ en Klimaatakkoord

De tarieven van de SDE+ 2019 zijn inmiddels gepubliceerd. Wat betekenen ze voor uw biomassaprojecten en hoe gaat het vanaf 2020 met de SDE++? Wat staat er in het Klimaatakkoord over bio-energie? Op 5 maart 2019 willen we u op een middagbijeenkomst van projectgroep bioWKK informeren over deze zo belangrijke ontwikkelingen. Het definitieve programma en de locatie maken we zo snel mogelijk bekend.

Voorlopig programma:

  • Ontvangst met broodjes
  • Gerard van Gorkum (ARN) – Energie uit afval in de circulaire economie
  • Martijn Bos (RVO) – Bio-energie in de SDE+ 2019
  • Sander Lensink (PBL) – Laatste nieuws SDE++ 2020
  • Martijn van Lier (Over Morgen) – Rol van bio-energie in het Klimaatakkoord

 

U kunt hieronder tickets bestellen. Mocht dit niet lukken neem dan contact op met Jeroen Larrivee. Tot 7 dagen voor het event kunt u gratis annuleren.