Inzicht in het energieverbruik is goud waard - BlueTerra
24164
post-template-default,single,single-post,postid-24164,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.4,vc_responsive

Inzicht in het energieverbruik is goud waard

Energiemonitoring op hoofd(meter)niveau is al redelijk standaard bij grote verbruikers en kan zelfs verplicht worden gesteld onder de milieuwet, het activiteitenbesluit of de European Energy Directive (EED). Echter blijven er nog veel kansen liggen omdat er vaak het minimale wordt gedaan om aan deze verplichtingen te voldoen.

Door te meten op deelniveau (waar dit logisch is) en de meetgegevens op te slaan met een interval van 15-60 minuten kunnen deze worden geanalyseerd om grip te krijgen op het energieverbruik. Deze analyse kan bestaan uit een energieverdeling, korte en lange termijn profielen en belastingduurkrommes.

Deze kansen willen wij graag oppakken om een energiemonitoringsysteem optimaal te benutten door samen tot een integraal plan te komen:

  • Een concept maken op basis van wensen, verplichtingen en mogelijkheden
  • Hardware specificeren en leveranciers benaderen.
  • Applicatie selecteren voor het importeren en presenteren van de meetgegevens.
  • Ingeplande analyses van meetgegeven met een bewezen methodiek.
  • Doelgericht besparingsmaatregen identificeren en op basis van technische en economische randvoorwaarden met een nauwkeurige voorspelling van de energetische besparingsmogelijkheden.
  • Inzichtelijk maken of en hoe er kan worden bespaard op aansluitings- en contractkosten van de energievoorziening.
  • Borging van het proces in de organisatie om de continuïteit van energiemonitoring en besparing te garanderen.

 

Zie ook: Energiemanagement op de website van RVO

Kortom, als energiemonitoring op de juiste manier wordt aangepakt is er veel besparingspotentieel en verdient het zichzelf daarom snel terug, meestal al binnen 1 á 2 jaar. Natuurlijk willen wij u hierbij graag helpen, hiervoor kunt u contact opnemen met Dominique Bouchier.