Nieuws Archives - BlueTerra
243
archive,category,category-nieuws,category-243,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

Management briefing over gevolgen CO2 heffing

De nationale CO2 heffing gaat de komende jaren veel gevolgen hebben voor de industrie. Voor voorlopers zijn er kansen, terwijl bedrijven die achterlopen op Europese benchmark in 2021 mogelijk al te maken krijgen met aanzienlijke kosten. De regeling is nog niet definitief en enkele aspecten moeten nog worden vastgesteld. Toch kunnen er al belangrijke lessen worden getrokken. De planning van besparingsmaatregelen gaat bepalen welke impact de heffing heeft op de cash flow van ieder bedrijf onder de heffing. Tijdig de juiste strategie uitstippelen kan veel kosten besparen. Wilt u daarom de mogelijke gevolgen rapporteren aan uw directie? BlueTerra kan een management briefing verzorgen waarin de mechanismen van de heffing worden toegelicht en de (mogelijk) kansen en pijnpunten van de heffing in kaart worden gebracht.

Voor ons webinar op 19 mei jl. over de concept regeling van de CO2 heffing is er veel aandacht geweest. Dat is ook niet zo gek want de regeling kan in potentie veel kosten met zich meebrengen. Inmiddels is de consultatieperiode voorbij en blijken er vele reacties bij het ministerie binnengekomen te zijn. Het is afwachten wat de minister met de reacties gaat doen. Het is de bedoeling dat de Staatssecretaris van Financiën het definitieve wetsvoorstel met Prinsjesdag indient zodat het meegenomen wordt in het belastingplan 2021 en het vanaf januari 2021 in kan gaan.

Er is in de eerste jaren vanwege de coronacrisis een hoge factor aangenomen voor het verkrijgen van dispensatierechten. Dat zou er toe moeten leiden dat bedrijven in de eerste paar jaar nog weinig tot geen kosten hebben. Afhankelijk van de situatie per bedrijf beginnen de kosten vanaf 2023 geleidelijk op te lopen.  Het op tijd uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen biedt de kans om deze kosten weer te verlagen. Een juiste timing is daarbij cruciaal.

Uitgaande van de conceptregeling blijkt uit modelberekeningen van BlueTerra dat voor bedrijven die een efficiëntie hebben die substantieel achterligt op de Europese benchmark de kosten in 2021 in combinatie met de ETS kosten al aanzienlijk kunnen zijn. Door een overschot in dispensatierechten van andere bedrijven op te kopen kunnen de kosten meevallen, maar onzeker is hoe groot het overschot zal zijn. Bedrijven moeten hier budgettair wellicht rekening mee houden voor 2021. Maatregelen ter verbetering van de efficiëntie zijn in dat geval op korte termijn al van groot belang.

Om te voorkomen dat uw directie overvallen wordt met deze regeling en om de kansen van maatregelen aan te geven kan Blueterra ondersteunen met het verzorgen van een management briefing. Deze briefing kan allereerst de mechanismen van de heffing uitleggen en hoe die zijn effect kunnen hebben op uw specifieke situatie. Daarnaast kan met het door BlueTerra ontwikkelde rekenmodel een analyse gemaakt worden van de mogelijke kosten voor de CO2 heffing in 2021 en de jaren daarna het effect van verbeteringsmaatregelen. Bent u geïnteresseerd in deze management briefing of wilt u meer weten over de CO2 heffing? Neem dan contact op met Jeroen Buunk.

Meer sturing van de overheid in de energietransitie; meer wortels en meer stokken…

In alle hectiek door de coronacrisis heeft het maar weinig  aandacht gekregen, maar minister Wiebes heeft op vrijdag 15 mei een opvallende brief geschreven waarmee hij een belangrijke koerswijziging heeft ingezet. In zijn brief, ‘Visie verduurzaming basisindustrie 2050; de keuze is aan ons’, legt hij in maar liefst 38 pagina’s uit hoe hij aankijkt tegen de energietransitie in de industrie [link].

Het goede nieuws: de Nederlandse (basis)industrie is een belangrijke pijler van de Nederlandse economie en zorgt voor veel werkgelegenheid. De industrie is echter wel fossiel-energie-intensief en daarmee ‘een wezenlijke factor in het nationale Klimaatakkoord én in het behalen van de Europese klimaatdoelen’. Wil de Nederlandse industrie haar goede positie behouden dan is een transitie cruciaal. Wiebes spreekt de ambitie uit dat de schoonste en meest innovatieve industrie in Nederland staat. Juist de ligging van Nederland met veel ruimte voor wind op zee en industriële complexen geclusterd rondom havens moeten een belangrijke vestigingsvoorwaarde worden voor deze industrie.

Een belangrijke verschuiving is de visie van Wiebes op de rol van de overheid. Tot nog toe was de rol van de overheid beperkt tot die van een markt faciliteren en het bedrijfsleven het verder zelf laten oplossen. Nu geeft Wiebes aan dat de overheid stevig de regie moet pakken. De overheid moet zich daarbij toespitsen op de volgende 4 punten: innovatie, opschaling, infrastructuur en wetgeving. Verder moet de overheid zelf ook risicodragend investeren, bijvoorbeeld in warmtenetten, waterstofnetten en CO2 transport en -opslag. Tenslotte moet Nederland ook de Europese samenwerking zoeken en de internationale concurrentiepositie van de industrie borgen, bijvoorbeeld met een carbon border adjustment mechanism. Al met al een grote omslag in het denken die, zoals hij aangeeft, leidend gaat worden voor het kabinet.

Een concreet voorbeeld van investeren is het voornemen van het kabinet om gericht ‘flagship’ projecten te gaan ondersteunen. Het gaat daarbij om projecten met betrekking tot waterstof, CCUS, elektrificatie en circulariteit. De overheid wil komende 4 jaar van elk van deze technologieën, één á twee installaties hebben op commerciële schaal. Deze projecten krijgen dan gerichte ondersteuning anders dan de meer algemene SDE++.

In lijn met de brief van de minister van Economische Zaken is er een advies uitgebracht door de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (Tiki) over de vereiste infrastructurele aanpassingen om de industrie te verduurzamen [link]. Dit advies benadrukt ook de sterke uitgangspositie van de Nederlandse industrie en het belang dat de overheid de juiste voorwaarden schept om verduurzaming mogelijk te maken. Het geeft hierbij een eerste aanzet voor een energiehoofdinfrastructuur met onder meer een waterstof-backbone en een CO₂-rotonde. Voor bedrijven kan het interessant zijn om te kijken welke mogelijkheden een dergelijke infrastructuur biedt.  

Naast de brief van is er een rapport verschenen van een ambtelijke werkgroep onder leiding van het ministerie van Financiën met de titel: ‘Fiscale vergroening en grondslagerosie, Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’[link]. Hierin worden 169 beleidsopties onderzocht om het fiscale stelsel te vergroenen. Opties zijn bijvoorbeeld het minder degressief maken van de belastingschijven, geen onderscheid voor grondstofgebruik van kolen of gas en de  beperking van de vrijstelling voor WKK.  Ingrijpende maatregelen dus. De uitvoering van de maatregelen is aan een nieuw kabinet. Op zijn vroegst zal er dus pas wat veranderen in het stelsel 2022. Het rapport geeft echter aan dat het de overheid ook door middel van het belastingstelsel haar invloed wil uitoefenen op de verduurzaming en daarbij maatregelen met een forse impact niet schuwt.  

Deze ontwikkelingen komen nog naast de invoering van de nationale CO2-heffing. Het laat zien dat het dit kabinet menens is om de duurzaamheidsdoelstellingen in 2030 te halen en dat het daarbij een actieve rol wil gaan invullen. Dit betekent voor de industrie meer mogelijkheden tot verduurzaming maar ook hogere kosten voor de achterblijvers.   

Wilt u in discussie over de mogelijkheden voor verduurzaming voor uw bedrijf of benieuwd naar de mogelijke impact van aanpassingen in het belastingstelsel? Neem contact op met Stijn Schlatmann.

Heffing ODE komt hard binnen bij het MKB, is het mogelijk om er iets positiefs uit te halen?

Heeft u de afgelopen vier maanden al eens uw energierekening bekeken? De recente verhoging van de Opslag Duurzame Energie (ODE) van met name de 3e tranche heeft nogal wat financiële gevolgen voor het MKB. U betaald 1,31 cent per kWh meer ten opzicht van 2019. Dat lijkt niet veel, maar voor productiebedrijven kunnen de kosten oplopen tot  € 130.000,- meerkosten ten opzichte van 2019.

TABEL ODE op elektriciteit 2e en 3e tranche

Zo ook voor het bedrijf van Andre van de Loo, directeur van Dumocom te Almelo, een producent van PET-flessen en preforms. Hij heeft afgelopen week zijn elektriciteitsrekeningen eens op een rijtje gezet, en schrok enorm. Zijn eerste gedachte was “er zit een fout in de tabel van de ODE, want de hele tabel is logisch, behalve één cijfer”

Zoals Andre mooi verwoordde: “Ik heb de jaarlijkse toename van alle tarieven even berekend en dan lijkt er een koekoeksjong in het nest te zitten”.

Andre was voornemens om dit jaar een paar mooie duurzame projecten te realiseren (groene energie van eigen dak, overig verbruik groen in te kopen). En dat op eigen rekening want hij wil zijn klanten niet laten betalen voor mijn eigen ambities. Gezien de ODE, denkt Andre de duurzame projecten niet meer te kunnen veroorloven. Hij betaalt jaarlijks namelijk € 85.000 euro extra door de ODE.

Wat hij vooral “belachelijk” vindt, is dat deze toeslag niet kan voorkomen door het vergroenen van de eigen energie-inkoop. Besparen is de enige optie die over is, maar de grote stappen zijn bij Dumocom wel gezet. Kortom, hij heeft € 85.000 minder ruimte om te investeren en in extra maatregelen. Jammer en demotiverend.

De reactie van Andre is begrijpelijk, zeker voor bedrijven met energiegebruik in de 3e tranche, maar het is goed om toch te kijken naar energiebesparing en naar subsidies. De ODE wordt door de overheid namelijk gebruikt om de SDE++ subsidie te bekostigen. Het is voor de MKB bedrijven die ambities hebben op het gebied van energiebesparing of verduurzaming goed om eens te kijken of daar technieken zijn die interessant voor hen zijn. Want op die manier kan wellicht toch (een deel) van de ODE kosten worden teruggewonnen en met de energiebesparing kan een blijvende kostenverlaging worden gerealiseerd.

BlueTerra heeft ook voor het MKB alle mogelijkheden van SDE++ en EIA goed in kaart. Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen, warmtepompen of efficiënte koeling.

Wil u weten welke mogelijkheden er voor uw bedrijf zijn, neem dan contact op met Jeroen Larrivee van BlueTerra of uw gebruikelijke contactpersoon. Samen met u kunnen we kijken welke mogelijkheden er zijn.

Overheid komt met specifieke ondersteuning voor “flagship” projecten

Jarenlang was de tactiek van de overheid de technologie te subsidiëren die het meest kosteneffectief CO2 bespaarde. Van deze manier van ondersteuning wordt nu afgeweken. Vier technologische ontwikkelingen moeten specifiek gestimuleerd worden: waterstof, CCUS, elektrificatie en circulariteit. Interessante projecten op deze gebieden kunnen gerichte steun verkrijgen.

In een brief van Wiebes van 15 mei wordt de kabinetvisie gepresenteerd met een “een nieuw perspectief voor een duurzame, klimaatneutrale basisindustrie in Nederland”.  Zie ook ons artikel “Meer sturing van de overheid in de energietransitie; meer wortels en meer stokken… ” Bij de ontwikkeling naar een klimaatneutrale industrie is het de bedoeling ook het Rijk een belangrijke rol gaat spelen. Er wordt ervoor gekozen de benoemde vier technologische ontwikkelingen te steunen en te versnellen.

Het kabinet mikt erop om de komende vier jaar op elk van deze vier onderwerpen één à twee installaties te hebben op commerciële schaal. In het geval van CCUS, elektrificatie en circulariteit gaat het daarbij om “flagship” projecten. Projecten die laten zien dat Nederland vooroploopt en een goede vestigingsplaats is voor de industrie.

Door dergelijke projecten gericht te ondersteunen slaat het een andere weg in dan de huidige techniekneutrale steunvormen. Zo concurreren technieken in de SDE++ op basis van kostprijs.  Deze boodschap biedt bedrijven met grootschalige innovatieve projecten om aan te kloppen bij de overheid om rechtstreeks in overleg te gaan over de mogelijkheid tot specifieke ondersteuning.

Heeft u ideeën voor een innovatief project en bent u benieuwd wat de mogelijkheden zijn? Neem contact op met Stijn Schlatmann.

Opkomst duurzame opwekking biedt kansen voor E-boilers

Zoals uit het artikel “Sterke toename duurzame opwekking zet elektriciteitsmarkt op z’n kop”  blijkt gaat het aantal uren met lage tot negatieve elektriciteitsprijzen komende jaren sterk toenemen. Nu er ook een SDE++ subsidie is ingegaan voor elektrische boilers (E-boilers) is dit het moment om de haalbaarheid opnieuw uit te werken.

De terugverdientijd van een E-boiler hangt erg sterk af van de situatie in een bedrijf, vooral de inpassingskosten en de netkosten. Zonder subsidie is een E-boiler in de meeste gevallen nog niet rendabel. Maar met de SDE++ subsidie en uitgaande van de ontwikkeling op de elektriciteitsmarkt in de komende jaren is een terugverdientijd van enkele jaren mogelijk. Een goede reden voor warmtegebruikers om een investering in een E-boiler te (her-) overwegen.

De aanschafkosten van een E-boiler zijn relatief laag. De totale investering hangt vooral af van de vraag of er nog ruimte is in een bestaand ketelhuis en de kosten van de elektriciteitsaansluiting. Ook zijn er hybride ketels op de markt leverbaar waarin naast meerdere brandstoffen (fossiel of biogeen) ook met elektriciteit stoom of warmwater kan worden geproduceerd.

De business case hangt ook van meerdere factoren af. Naast de commodityprijzen en de energiebelasting van gas en elektriciteit zijn de belangrijkste factoren de netwerkkosten van de elektrische netverbinding. Als de E-boiler niet leidt tot een uitbreiding van de netverbinding en ook niet tot extra gecontracteerde capaciteit, dan kan dit, ook afhankelijk van het spanningscategorie en uitgaande van toenemende lage E-prijzen in de komende jaren, nu al leiden tot een redelijke terugverdientijd.

Dit najaar gaat de SDE++ subsidieregeling van start en daarin is een nieuwe categorie voor (grootschalige) elektrische boilers opgenomen. Deze regeling geeft een minimum opbrengst voor maximaal 2000 uur per jaar voor boilers met een minimaal vermogen van 600 kWe. Eerste berekeningen met de voorlopige basisprijs laten zien dat de SDE++ de haalbaarheid aanzienlijk verbetert. Wederom sterk afhankelijk van de situatie zien wij dat terugverdientijden van enkel jaren mogelijk kunnen zijn, zelfs als er extra netcapaciteit gecontracteerd moet worden.

Het vermogen dat een E-boiler afneemt is snel schakelbaar. Daarmee kan het vermogen van de E-boiler aangeboden worden aan Tennet als regelvermogen, eventueel in een gezamenlijk poule. Dit biedt mogelijkheden voor extra inkomsten. Wel compliceert dit de bedrijfsvoering enigszins. Vooral voor bedrijven die een WKK al flexibel bedrijven is dit echter een goede mogelijkheid met een beperkte extra inspanning voor de bedrijfsvoering. Wilt u meer weten, neem dan contact op met Stijn Schlatmann.

 

Bierbrouwer Grolsch ontvangt vanaf 2022 warmte van Twence

Vanaf 2022 zal bierbrouwer Grolsch duurzame warmte in de vorm van heet water ontvangen van afvalverwerker en recyclingbedrijf Twence. Dat hebben beide bedrijven in april afgesproken. BlueTerra heeft in een voortraject de mogelijkheden van deze warmtelevering verkend in een breder onderzoek naar restwarmtelevering in de regio samen met de partijen Twence, Grolsch, Nouryon en Apollo Vredestein. Dit onderzoek is uitgevoerd met ondersteuning van RVO. We zijn verheugd dat dit onderzoek nu uitmondt in een samenwerking tussen bierbrouwer Grolsch en Twence.

Dit jaar wordt het ontwerp van de warmteleiding verder uitgewerkt. Komend jaar wordt de leiding aangelegd zodat de warmtelevering in 2022 van start kan gaan. De afstand tussen Grolsch en Twence bedraagt zo’n 5 kilometer, de leiding kan echter worden afgetakt op een bestaande leiding van Twence op zo’n 1,5 kilometer afstand. Grolsch kan met deze warmtelevering 3 miljoen kubieke meter aardgas per jaar besparen. De CO₂-emissie van het bedrijf daalt daarmee met zo’n 5.500 ton per jaar, bijna driekwart van de totale uitstoot. De warmte van Twence zal worden ingezet voor het opwarmen van de pasteurs (machines voor de verhitting van het bier),  de spoelmachines en voor het verwarmen van de gebouwen.

De warmte wordt geproduceerd door de biomassacentrale van Twence. Het gaat om warmte uit onbewerkt afvalhout, dat niet meer gerecycled kan worden. De levering van warmte gaat ten koste van elektriciteitsproductie maar levert dan wel een veelvoud aan warmte op. Vanuit de biomassacentrale wordt ook al warmte geleverd aan Ennatuurlijk voor het warmtenet van Enschede en de zoutfabriek van Nouryon. Daarmee vervult Twence een centrale rol in de regio met de levering van duurzame warmte.

Voor vragen over dit project of levering van warmte in zijn algemeen kunt u terecht bij Stijn Schlatmann.

bron: DOW | Atlas Copco

Mechanische damprecompressie gunstig met SDE++ subsidie

Met mechanische damprecompressie (MDR, in het Engels MVR genoemd) kan lagedrukdamp, bijvoorbeeld lagedrukstoom, op efficiënte wijze worden opgewaardeerd. Hiermee kunnen grotere productiebedrijven op rendabele wijze veel aardgas besparen. Sinds dit jaar komt MDR ook in aanmerking voor SDE++ subsidie. Meer weten over de toepassing en de business case? Download dan onze gratis whitepaper.

Stoom is nog steeds een van de belangrijkste energiedragers in alle takken van de industrie. Hogedrukstoom kan turbines aandrijven terwijl lagedrukstoom voor verwarming van processen wordt gebruikt. Na gebruik is lagedrukstoom of condensaat vaak een afvalproduct. De druk en temperatuur zijn te laag voor hergebruik. Bij Dow Benelux in Terneuzen is dit concept met succes toegepast. ‘De stoomrecompressor is een belangrijke oplossing voor warmtehergebruik,’ aldus Kees Biesheuvel, technologie- en innovatiemanager bij Dow Benelux.

Voor de bedrijven met een overschot aan lagedrukstoom kan de business case erg gunstig uitpakken, zeker indien gebruik gemaakt worden van de SDE++ subsidie (open warmtepomp). Ook kan flashstoom gemaakt worden uit condensaat. In beide gevallen is de business case gunstig: terugverdientijden liggen op 3-4 jaar.

Een conceptueel ontwerp, ook wel base of design (BOD) genoemd, een vergunningscheck en offerte van een leverancier zijn nodig voordat SDE++ subsidie kan worden aangevraagd. BlueTerra helpt u op weg. Benieuwd wat stoomrecompressie voor uw bedrijf kan betekenen of wat de specifieke verduurzamingskansen voor uw bedrijf kunnen zijn? Neem dan contact op met René Waggeveld of Egbert Klop.

25 juni webinar verplichting EED energie-audit

MJA/MEE en ETS bedrijven moeten vanaf 2020 voldoen aan de EED-energie-audit verplichting. Veel andere bedrijven moesten in 2016 al een EED energie-audit uitvoeren en zijn nu in 2020 weer aan de beurt. Wat heeft u aan een EED energie-audit, wat zijn de alternatieven en hoe kunt u de EED verplichtingen aanpakken? U leert de ins en outs tijdens ons gratis webinar van 25 juni 2020 (gewijzigde datum).

Sinds 2015 zijn grote ondernemingen verplicht om vierjaarlijks een EED energie-audit uit te voeren. Grote ondernemingen zijn bedrijven met meer dan 250 medewerkers of een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen én een jaarlijkse balanstotaal van meer dan € 43 miljoen. BlueTerra heeft het rapportageformat van de EED-audit in opdracht van RVO opgesteld. Het format is  te vinden op de RVO website. De EED-audit rapportages worden beoordeeld door RVO  op  compleetheid en ambitieniveau. Het niet voldoen aan de EED verplichtingen kan tot boetes leiden. RVO beoordeelt de EED energie-audit, echter de resultaten komen ook ter beschikking van Bevoegd Gezag, die haar conclusies daaruit kan trekken. Er zijn mogelijkheden voor vrijstelling van de EED-energie audit bijvoorbeeld door certificering voor een Energiemanagement systeem of een keurmerk zoals die van de CO2 prestatieladder. Hierover leest u ook meer in ons whitepaper over de EED energie audit.

Op donderdag 25 juni organiseert BlueTerra van 15:30 uur tot 16:30 uur een webinar over dit onderwerp. Indien gewenst kunt u het webinar ook op een later tijdstip terugkijken. Het webinar is specifiek bedoeld voor EED-plichtige bedrijven en organisaties. De deelname aan dit webinar is kosteloos en aanmelden kan via onderstaande link.

AANMELDEN

 

Programma

Tijdens dit webinar geven wij inzicht in wat van de EED-plichtige ondernemingen wordt verwacht.  Daarnaast worden vragen en opmerkingen van de deelnemers belicht. Na het webinar heeft u een goed overzicht van de EED consequenties voor uw organisatie en kunt u beslissen hoe u aan de EED-verplichtingen wilt gaan voldoen.

Het programma voor de webinar ziet er als volgt uit:

  1. Wat houdt de EED voor u in en wat zijn de verplichtingen
  2. Wat levert een EED energie-audit op: hoe haalt u waarde uit uw EED energie-audit
  3. Case studies:
    1. hoe kunt u de EED energie-audit aanpakken
    2. alternatieven/vrijstellingen
  4. Vragenronde

Wilt u deelnemen aan het webinar dan kunt u zich aanmelden via deze link . Na aanmelding ontvangt u een dag van te voren de link naar het seminar in Microsoft Teams. Als u geen Teams heeft kunt u via de browser meedoen. Wij hopen u 25 juni tijdens ons webinar welkom te kunnen heten.

 

De nationale CO2-heffing, welke impact heeft het voor uw bedrijf?

Het was één van de meest bediscussieerde maatregelen uit het klimaatakkoord: de nationale CO2-heffing voor de industrie. De voorgestelde heffing moest gaan aansluiten bij het huidige Europese heffingssysteem (ETS) en zorgen dat het reductiedoel in 2030 op een zo kosteneffectieve manier zal worden bereikt. Op de exacte uitwerking van de regeling bleef het echter lang wachten. Onlangs is de conceptregeling dan toch gepresenteerd en ter consultatie aan de industrie voorgelegd. Hierbij leggen wij de basisprincipes van de regeling toe.

CO2-heffing en ETS-methodiek

Hoewel de nationale CO2-heffing is gebaseerd op de ETS-methodiek, is het basisprincipe van de twee regelingen verschillend. Het ETS-systeem werkt met CO2-rechten via het ‘cap and trade’ principe. Er is daarbij een maximum gesteld aan de totale aantal emissierechten voor installaties die vallen onder ETS. Dit maximum wordt richting 2030 verminderd tot het niveau van de ETS-reductiedoelstelling van 43% ten opzichte van de totale uitstoot onder het ETS in 2005. Binnen dit maximum krijgen bedrijven een deel van de CO2-rechten gratis toegewezen. Wanneer deze rechten ontoereikend zijn, kunnen bedrijven aanvullende CO2 rechten inkopen via een veiling. Daarnaast is het mogelijk om de rechten naar behoefte direct te verhandelen met andere bedrijven. De prijs wordt bepaald op basis van vraag en aanbod.

Oplopende heffing maakt CO2 reductie aantrekkelijker

De nationale CO2-heffing zoals beschreven in het klimaatakkoord is geen ‘cap and trade’ systeem maar een belasting op alle CO2 die moet worden bespaard om in 2030 de reductiedoelstelling voor de industrie van 59% ten opzichte van 1990 te behalen. Hierbij wordt juist dat deel van de uitstoot belast dat het meest kosteneffectief kan worden bespaard. Voor het overige deel van de uitstoot krijgen bedrijven vrijstelling in de vorm van dispensatierechten. De heffing gaat ieder jaar oplopen richting 2030 terwijl de vrijstelling van dispensatierechten ieder jaar afneemt. Op deze manier wordt het steeds rendabeler wordt om CO2-reducerende maatregelen te nemen. De hoogte van de heffing wordt bepaald aan de hand van de verwachte kosten per ton CO2 van reductiemaatregelen. Het idee hierachter is dat wanneer deze verwachte kosten lager zijn dan de heffing, het loont om te investeren in de maatregel. In de praktijk blijkt het moeilijk om het juiste prijsniveau vast te stellen. In het klimaatakkoord werd benoemd dat de CO2-heffing zou moeten starten bij 30€/ton en lineair oplopen naar 125 tot 150 €/ton. Dit prijspad zal in de loop van dit jaar op basis van een analyse van PBL worden geactualiseerd. De hoogte van de taks is in ieder geval inclusief de ETS kosten, zodat de prikkel om te investeren niet afhankelijk is van de schommelende marktprijs van Europese CO2-rechten.

Aantal dispensatierechten: benchmarks geven duidelijkheid

Om het aantal dispensatierechten te bepalen dat een bedrijf per jaar ontvangt wordt van hetzelfde mechanisme als bij het toewijzen van de gratis rechten in het ETS. Dit gebeurt aan de hand zogenaamde benchmarks die zijn vastgesteld aan de hand van de gemiddelde CO2-uitstoot van de 10% best presterende installaties binnen een productgroep. Voor alle installaties waar geen productgroep aan gekoppeld kan worden geldt een warmtebenchmark. In 2021 zal voor elke installatie de oude benchmark met een 3% verbetering gelden. Deze benchmark zal in 2023 en in 2026 worden aangepast. De ontwikkeling van de benchmark is ook weergegeven in de situatieschets in de figuur. Het daadwerkelijke aantal dispensatierechten dat een bedrijf ontvangt is afhankelijk van de reductiefactor, een vast percentage van deze benchmark voor alle sectoren die gedurende de jaren steeds verder zal afnemen. Op deze manier wordt een reductiepad ingesteld zodat een extra deel van de uitstoot nog wordt vrijgesteld van heffing in de eerste jaren. Het doel is om vervolgens om de reductiefactor dermate te verlagen dat de industriële doelstelling van 14,3 Mt/jaar reductie wordt bereikt ongeacht de exacte hoogte van de ETS-benchmarks.

Webinar op 19 mei 2020 met concrete toelichting van de heffing

De conceptregeling “CO2-heffing industrie” is onlangs gepresenteerd  en wordt momenteel ter consultatie voorgelegd aan de stakeholders. De CO2-heffing gaat voor ETS ondernemingen grote financiële impact hebben. Dit is het moment om u te verdiepen in de gevolgen van de regeling voor uw bedrijf. BlueTerra kan u hierbij helpen. BlueTerra Energy Experts organiseren 19 mei een webinar met daarin de details rondom de nationale CO2-heffing en een toelichting aan de hand van concrete praktijkcases. Voor verdere toelichting en aanmelding voor het webinar CO2 heffing industrie zie hier.

 

Sterke toename duurzame opwekking zet elektriciteitsmarkt op z’n kop

De extreem lage elektriciteitsprijzen van dit voorjaar zijn slechts een voorbode van wat er de komende jaren gaat komen. Dit vraagt om flexibele inzet van opwekkers, zoals een WKK, en biedt goede kansen voor flexibele elektriciteitsafname zoals warmtepompen en e-boilers. Daar komt bij dat de inzet van warmtepompen en E-boilers vanaf dit najaar gesubsidieerd wordt middels de SDE++ subsidie. Met de scenario’s die Blueterra berekent met haar EMF model kan de rentabiliteit van deze maatregelen uitgerekend worden voor de komende jaren.

Het zal de meeste mensen niet ontgaan zijn dat er dit voorjaar op de groothandels markt meerdere dagen zijn geweest met lage en zelfs negatieve elektriciteitsprijzen. Het gaat op sommige dagen om meerdere uren, tot wel 18 uur op een dag (bijvoorbeeld zondag 24 mei). Door velen wordt de oorzaak gelegd bij een lage elektriciteitsvraag als gevolg van de coronacrisis. Dit is echter maar een beperkt deel van de oorzaak. De daling in het elektriciteitsgebruik in Nederland als gevolg van de coronacrisis bedraagt zo’n 10%, circa 1.500 MWe, op een werkdag.

Veel ingrijpender is de sterke groei van zonnepanelen (PV) in het afgelopen jaar. Het opgesteld PV vermogen groeide van 4.400 MWe eind 2018 naar 6.900 MWe begin dit jaar. Meer dan 50% dus en dat is terug te zien in de productie van zon vanaf begin maart. In combinatie met wind, op dit moment zo’n 960 MWe op zee en 3.400 MWe op land, loopt de productie op zonnige en soms winderige dagen op tot wel 9.000 MWe. En dat is substantieel ten opzichte van de landelijke vraag van rond de 16.500 MWe (op werkdagen buiten coronatijd). Zie bijvoorbeeld hieronder de productie op zaterdag 23 mei.

Bron: Energieopwek.nl

De huidige situatie is echter een momentopname. Komend jaar alleen al wordt er een verdere groei van zo’n 2.000 á 3.000 MWe aan PV vermogen verwacht. Ook al wordt de aantrekkelijkheid van PV geleidelijk minder groot door lagere elektriciteitsprijzen, de komende jaren zal deze groei nog wel doorzetten, deels door de autonome groei op daken van woningen, deels door grote zonneweides onder invloed van subsidies.

Ook productie met wind op zee begint op stoom te komen. Waar wind op land mondjesmaat groeit, groeit wind op zee komend jaar hard met de windparken Borssele 1 en 2, samen goed voor 1.400 MWe. De jaren erna zullen jaarlijks parken met een capaciteit van 700 tot 1.000 GWe online komen. Het is de ambitie van EZK om in 2030 11.000 MWe online te hebben. Wind op land zal komende jaren nog doorgroeien naar 6.000 MWe in 2023.

Al met al is dit een enorme groei van vermogen en dat zal er toe leiden dat er nog veel meer uren dan in dit jaar lage en zelfs negatieve prijzen zullen optreden. De markt zal hier zo goed en kwaad als het kan op reageren. Wie zijn vraag kan sturen zal hierop reageren (demand respons) en je kunt ook denken het flexibeler inzetten van WKK, aan opslag van elektriciteit (en warmte) en elektrificatie van de warmtevraag.

Om deze complexe samenhang te simuleren heeft BlueTerra het EMF model ontwikkeld (Electricity Market Forecast). In dit model hebben we de groei van alle elektriciteitsopwekkers maar ook de ontwikkeling van vraag, import/export en opslag opgenomen. Op uurbasis wordt de merit order berekend (ranking van de beschikbare energiebronnen op basis van de marginale kostprijs) waarbij met reëel profielen voor zon en windproductie wordt gerekend. De groei van zon- en windvermogen is goed teug te zien in de plaatjes, maar ook de grote overgangen van situaties met wind en zonder wind. Onderstaande figuren laten zien hoe de productie van elektriciteit verloopt in een winderige week begin januari in de jaren 2021 en 2030.

Dit jaar zal het aantal uren met negatieve prijzen in de orde van 140 uur liggen. Dit zijn hoofdzakelijk de uren dat duurzame opwekking prijsbepalend is, dat wil zeggen dat er afgezien van must-run vermogen geen ander fossiel vermogen draait. Met het EMF model en onder de aannames die Tennet hanteert in haar Capaciteitsplan zien we dat dit aantal groeit naar 920 uren in 2025 en 2800 uren in 2030.

Uit de berekeningen blijkt dat de groei van elektrische auto’s en warmtepompen slechts een beperkt effect  heeft op de elektriciteitsvraag. Stuurbare accu’s van elektrische auto’s kunnen wat flexibiliteit bieden naast aparte batterijpakketten. Ondanks deze effecten zien we dat de groei van zon- en wind vermogen komende jaren aanzienlijk meer is dan er aan flexibele vraag en opslag bij komt. Dit betekent dat de spreiding in elektriciteitsprijs erg groot zal worden, van negatieve prijzen tot hoge piekprijzen op het moment dat er geen wind en zon is maar wel een hoge vraag. We zien ook een grote behoefte aan snel regelend vermogen, zowel vraag als opslag of productie.

Een optimale energievoorziening van een bedrijf houdt rekening met deze snel op ons afkomende ontwikkeling. Hoe een bedrijf hierop kan anticiperen hangt af van de karakteristiek van bestaande installaties en allerlei factoren als ruimte, capaciteit van de netverbinding, temperatuur van de warmtevraag, productiekarakteristieken, CO2 rechten etc.. Het vinden van de beste oplossing is daarbij altijd maatwerk. BlueTerra kan helpen met het uitwerken van technische varianten en het berekenen van de rentabiliteit onder de verschillende denkbare scenario’s. Wilt u meer weten, neem dan contact op met: stijn.schlatmann@blueterra.nl.