2019 Archives - BlueTerra
255
archive,category,category-255,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.2,no_animation_on_touch,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.4,vc_responsive

BlueTerra Masterclass Energietransitie voor de industrie start in mei

Het Klimaatakkoord en aankomende regelgeving voor CO2-emissiereductie leggen grote druk op de industrie. Alleen energiebesparing is niet langer voldoende. Volg onze de Masterclass Energietransitie waarmee u in vijf dagen volledig op de hoogte bent van de mogelijkheden, randvoorwaarden, technische en economische mogelijkheden van duurzame energie en energie-efficiency maatregelen in de industrie. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar!

 

Kees Biesheuvel, Technology Innovation Manager bij Dow Benelux en directeur cluster warmte bij ISPT: “Vanuit mijn rol om hoogtemperatuur proceswarmte te verduurzamen, juich ik dit initiatief van harte toe. De procesindustrie heeft nog een lange weg te gaan. Een masterclass als deze beveel ik daarom zeker aan!”

 

Ongetwijfeld kent u de beschikbare duurzame technieken op hoofdlijnen en volgt u de ontwikkelingen rondom de energietransitie en CO2-emissie reductieplannen. Maar weet u er voldoende van om ze effectief te kunnen toepassen in uw organisatie? Maakt u nu de juiste keuzes voor de toekomst?

Na het volgen van deze masterclass heeft u inzicht in de mogelijkheden, randvoorwaarden, technische en economische mogelijkheden van duurzame energie en energie-efficiencyverbetering in de industrie. Aan de hand van theorie en praktijkcases kunt u daarna met concrete acties en maatregelen aan de slag gaan.

Klik hier voor het volledige programma en aanmelden

Meld u aan
Bekijk hier het gehele programma. Heeft u nog vragen, neemt u dan contact op met ons secretariaat via info@blueterra.nl of +31 (0)88 – 520 04 00.

CO2 reductiedoel stelt goederenvervoer voor enorme uitdaging

Ruim 21 procent van de emissie van kooldioxide (CO2) in Nederland wordt veroorzaakt door de sector verkeer en vervoer. De CO2-emissie loopt recht evenredig op met het verbruik van motorbrandstoffen. Hierdoor is het wegverkeer, dat de meeste brandstof verbruikt, de grootste emissiebron bij verkeer en vervoer (78 procent) (Bron: CBS).

Absolute toename CO2-emissies

Absoluut is de totale CO2-uitstoot door verkeer en vervoer alleen maar toegenomen. Sinds 1990 met circa 25%. De trend is nog steeds stijgende. De fiscale ondersteuning van zuinige auto’s en elektrisch rijden heeft wel geholpen, maar doordat de personenauto’s ook zwaarder zijn geworden is de absolute uitstoot niet gedaald. Heel anders is dat met goederenvervoer; tussen 1990 en 2001 nam het aantal bestelbusjes toe ten koste van zwaardere vrachtwagens. Het brandstofverbruik en de emissies namen hierdoor aanzienlijk af.

Klimaatakkoord en zorgplicht

Het ontwerp van het Klimaatakkoord is klaar. Daarmee ligt er een omvangrijk samenhangend pakket waarmee Nederland in 2030 de uitstoot van CO2 met ten minste 49 procent kan terugdringen. De mobiliteitstafel heeft een reductieopgave van minimaal 7,3 Megaton CO2 in 2030 gepresenteerd, als tussendoel naar het nationale doel om in 2050 de CO2-uitstoot met minimaal 95 procent ten opzichte van 1990 terug te dringen.

Wat is nu al verplicht?

Voor (goederen)vervoer geldt nu al een zorgplicht. Zowel voor inrichtingen die onder de Wet milieu beheer vallen, als voor inrichtingen die onder het activiteitenbesluit vallen, geldt er de zorgplicht. Voor een deel dwingt de EED verplichting e.e.a. al af. De overheid ondersteunt inrichtingen enorm met het realiseren van vervoersmanagement, met een toolbox en berekeningsbladen emissies. Onderstaande figuur geeft een overzicht van een routing naar vervoersmanagement een besparingsplan zorgplicht vervoer. De reikwijdte van de EED-verplichting is hierin ook opgenomen.

 

 

Wilt u meer weten over vervoersmanagement, zorgplicht vervoer of vervoer in de EED-verplichting. Neem dan contact op met Ariën Smit.

 

8 maart: BlueTerra Tuinbouw Energiedag

Meer weten over hoe de energietransitie verloopt en wat het Klimaatakkoord betekent voor de glastuinbouw? Of hoe CO2 kan worden afgevangen bij houtketels? Kom dan naar de Tuinbouw Energiedag!

BlueTerra organiseert op vrijdag 8 maart 2018 haar jaarlijkse Tuinbouw Energiedag (voorheen: Glastuinbouwdag) bij La Place De Meern nabij Utrecht. Tijdens deze dag wordt u bijgepraat over alle grote trends, van Klimaatakkoord tot LED en van aardwarmte tot warmteterugwinning. Het thema van de dag is ‘Tuinbouw op weg naar 2030’.

Voorlopige programma:

    • Sjaak van der Tak (Glastuinbouw Nederland) – Verduurzaming van de sector
    • Feije de Zwart (Wageningen UR) – Laatste inzichten warmteterugwinning en fossielvrij telen
    • Sander de Jong (EBN) – Opschaling van aardwarmte in Nederland
    • Gerdien Priester (Provincie Zuid-Holland) – Ontwikkeling warmtenetten Zuid-Holland
    • Jeroen Larrivee (BlueTerra) – Vooruitblik biomassa en zonnestroom
    • Robbert van Diemen (HR Solar Projects) – Zonthermie, duurzaam verwarmen in de glastuinbouw
    • Arie de Gelder (Wageningen UR) – Planten en LED: een uitdagende toekomst
    • Nick ten Asbroek (Frames Group) – CO2-winning uit rookgassen houtketel in Sirjansland
    • Stijn Schlatmann (BlueTerra) – Vooruitzichten WKK

Klik hier voor het volledige programma

U kunt hieronder tickets bestellen. Mocht dit niet lukken, probeer het dan via de Eventbrite of neem dan contact op met Jeroen Larrivee. Tot 7 dagen voor het event kunt u gratis annuleren.

Tickets

Forse impact van klimaatakkoord op de industrie

Daags voor Kerst is door Ed Nijpels,  voorzitter van het Klimaatberaad  het ‘Ontwerp van het Klimaatakkoord’ gepresenteerd. Het PBL, het planbureau voor de leefomgeving, gaat het akkoord doorrekenen en daarna moet het kabinet zich er over uitlaten. Als uit deze analyse blijkt dat het voorgestelde maatregelenpakket onvoldoende is om het doel van 49% CO2-reductie in 2030 te halen, dan zal er waarschijnlijk een schepje bovenop moeten. Het kabinet zal vermoedelijk vooral bepalen hoe de lasten worden verdeeld en hoe een en ander in wetten en regelgeving wordt vastgelegd.  BlueTerra verwacht dat het akkoord in hoge mate het beleid van de komende jaren gaat bepalen. Hieronder volgt een korte toelichting.

 

Aan de industrietafel is een reductiedoel in 2030 van 14,3 Mt afgesproken additioneel aan bestaande beleid (5,1 Mt). Ter vergelijking, de bestaande emissie van de industrie ligt in de orde van 35 Mt. Het gaat daarbij om emissies in scope 1, 2 en 3, dat wil zeggen, naast de eigen CO2-emissie ook de emissie van energieleveranciers en emissie in de keten. De industrie committeert zich daarbij aan zo’n 9 tot 15 miljard € aan private investeringen om deze extra opgave te realiseren. De overheid zal van haar kant instrumenten inzetten om de afgesproken doelen te bereiken. De belangrijkste 4 instrumenten zijn:

 

1.      Subsidie voor innovaties; De overheid zal een subsidie instellen voor klimaatinnovatie oplopend tot 100 mln € per jaar en het bedrijfsleven zal eveneens 100 mln € per jaar investeren.

2.      De SDE+ regeling wordt verbreed naar CO2-reductie (SDE++) waarbij op volgorde van kostenefficiëntie projecten met subsidie worden ondersteunt (budget voor CO2 reductie binnen de SDE loopt op naar 550 mln € per jaar)

3.      Alle bedrijven met een emissie boven  ca. 10 kt per jaar (totaal circa 300) moeten een CO2-reductieplan opstellen met concrete CO2 reductiemaatregelen om het doel in 2030 te halen.

4.      Er komt een malus regeling voor bedrijven die geen CO2-reductieplan maken of er geen uitvoering aan geven.

 

De grotere bedrijven, ook de ETS bedrijven,  moeten in 2019 een CO2-reductieplan opstellen. Het PBL gaat in het voorjaar van 2020 bepalen of de gezamenlijke optelsom van de reductiedoelen voldoende is om het sectorale doel te behalen. Alleen bedrijven met een CO2-reductieplan kunnen SDE++-subsidie aanvragen voor CO2-reductiemaatregelen. Denk hierbij aan CCS of CCU maar ook aan groene waterstof, energiebesparing, restwarmtelevering of elektrificatie. Bedrijven die geen CO2-reductieplan hebben gemaakt of er geen uitvoering aan geven kunnen een extra heffing (malus) verwachten ter hoogte van een minimum CO2 prijs voor het meerdere van de uitstoot.

Het CO2-reductieplan wordt de basis waarmee de grotere bedrijven zich kunnen ontwikkelen naar een toekomstbestendig CO2-arm/neutraal bedrijf.  Het wordt dus zaak om zo’n plan tijdig te ontwikkelen. Een CO2-reductieplan gaat veel verder dan de Energie Efficiency Plannen (EEP’s; in het kader van MJA en ETS)  van de afgelopen jaren. Fundamentele grondstof- en proceskeuzes, duurzame energiebronnen, restwarmtegebruik of -levering, elektrificatie, reductie van de transsportemissies,  reductiemaatregelen in de keten, het hoort er allemaal bij.

De eisen aan het CO2-reductieplan worden in het voorjaar van 2019 uitgewerkt. We raden bedrijven echter aan om daar niet op te wachten want het uitwerken van maatregelen en het maken van de keuzes is een uitvoerig en tijdrovend proces.

Bedrijven die volgens het klimaatakkoord een CO2 reductieplan moeten opstellen zijn dus de bedrijven die per jaar 10 kiloton of meer CO2 uitstoten. Heeft u vragen of u daaronder valt, vragen over het energieakkoord of andere vragen over welk energiebeleid voor uw bedrijf van toepassing wordt, neem dan contact op met Stijn Schlatmann of Egbert Klop.

Ontwikkeling flexibele damprecompressie tegen lage kosten

Door slim schakelen kan thermische damprecompressie flexibel worden ingezet. Hierdoor kan tegen een relatief kleine investering fors bespaard worden door hergebruik van waterdamp die anders weggekoeld zou moeten worden.

Bij indampprocessen komt in de regel veel waterdamp vrij. Naast bron van restwarmte, kan deze damp worden hergebruikt door recompressie van de waterdamp tot stoomkwaliteit. Hiermee kan de nuttige warmte maximaal worden benut in andere processen, en wordt warmtevernietiging in de condensor voorkomen.

Voor het recomprimeren zijn er grofweg twee technieken; Mechanische Damp Recompressie (MDR) en Thermische Damp Recompressie. Beide technieken zorgen voor een verlaging van de verse stoom input door het opwerken van lagedruk reststoom. Het verschil zit in de drijvende kracht; MDR wordt mechanisch (elektrisch) aangedreven, TDR met een thermische stroom (stoom).

Dit verschil in drijvende kracht resulteert in een groot verschil in de uiteindelijke investering. De MDR met mechanische aandrijving bestaat uit een groot aantal bewegende (precisie) onderdelen, waar de TDR voornamelijk bestaat uit een ejecteur (straalbuis). Dit vertaalt zich in een 5-10x hogere investering voor MDR systemen in vergelijking met TDR systemen.

Het vaste ontwerp van een TDR heeft ook nadelen, zo kan de hoeveelheid in- en uitgaande stoom niet worden geregeld. Om toch flexibel te kunnen regelen bij wisselende capaciteiten, heeft COSUN een proces ontworpen met meerdere ejecteurs met een verschillend debiet.

Door te schakelen met de actieve ejecteurs kan de recompressie in kleine stappen worden geregeld, zoals aangegeven in onderstaande grafiek.

 

Door de toepassing van het flexibele TDR systeem heeft Suiker Unie (onderdeel van COSUN) in het eerste jaar ruim 6% aardgas kunnen besparen of wel circa 2 miljoen Nm³. Voor de komende jaren verwacht Suiker Unie een verdere groei van deze besparing door diverse procesoptimalisaties.

Heeft u ook een indampproces en wilt u weten of damprecompressie wat voor u is? Neem dan contact op met Egbert Klop of René Waggeveld voor de mogelijkheden.

De ontwikkeling en realisatie van Flex-TDR voor Suiker Unie is mede mogelijk gemaakt door een Topsector Energie-subsidie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

 

5 maart: Bijeenkomst SDE+, SDE++ en Klimaatakkoord

De tarieven van de SDE+ 2019 zijn inmiddels gepubliceerd. Wat betekenen ze voor uw biomassaprojecten en hoe gaat het vanaf 2020 met de SDE++? Wat staat er in het Klimaatakkoord over bio-energie? Op 5 maart 2019 willen we u op een middagbijeenkomst van projectgroep bioWKK informeren over deze zo belangrijke ontwikkelingen. Het definitieve programma en de locatie maken we zo snel mogelijk bekend.

Voorlopig programma:

  • Ontvangst met broodjes
  • Gerard van Gorkum (ARN) – Energie uit afval in de circulaire economie
  • Martijn Bos (RVO) – Bio-energie in de SDE+ 2019
  • Sander Lensink (PBL) – Laatste nieuws SDE++ 2020
  • Martijn van Lier (Over Morgen) – Rol van bio-energie in het Klimaatakkoord

 

U kunt hieronder tickets bestellen. Mocht dit niet lukken neem dan contact op met Jeroen Larrivee. Tot 7 dagen voor het event kunt u gratis annuleren.

BlueTerra stroomlijnt EED uitvoering

De uitwerking van een kwalitatief hoogwaardige EED, waar BlueTerra om bekend staat bij regionale milieudiensten, is een complexe organisatorische aangelegenheid. Dat kost bedrijven zelf veel tijd en leidt ook tot hoge uitvoeringskosten. Voor veel bedrijven is een EED echter een wettelijke verplichting die snel en secuur moet worden afgehandeld en bij voorkeur goedkoop kan worden uitgevoerd. BlueTerra heeft daarom na de uitvoering van een groot aantal EED’s het proces gestroomlijnd, van data-opname tot analyse. Dit heeft geleid tot de volgende resultaten:

 

  • Opname data is tot een minimum beperkt.
  • De energie-analyse is per sector (kantoren, hotels, industrie) gestandaardiseerd
  • De maatregelanalyse is waar mogelijk geautomatiseerd

 

De kosten per locatie dalen hierdoor met een kwart tot maar liefst de helft terwijl de kwaliteit op het hetzelfde hoge niveau blijft. Hier kunnen alle auditplichtige partijen nu en in de toekomst hun voordeel mee doen. Op deze manier behoudt BlueTerra een voorsprong op de efficiënte uitvoering van EED’s.
Meer weten? Neem dan contact op met Arjen de Jong of Jos Lenselink.

De eerste zinvolle toepassing Power-to-Gas in beeld

Waterstof is momenteel een veelbesproken bron van energie. Maar waar betaalbare waterstof vandaan moet komen is nog niet duidelijk. Vaak wordt Power-to-Gas (P2G) techniek genoemd als oplossing maar het is voor de meeste toepassingen nog niet haalbaar om duurzame stroom om te zetten naar waterstof. Uit eerder onderzoek van een door Blueterra geleid consortium, genaamd Flexnode, werd duidelijk dat lokale opslag van waterstof de belangrijkste bottleneck is voor de implementatie van P2G projecten.

Het is daarom zoeken naar de optimale verwaarding van P2G om de hoge investeringskosten te kunnen verantwoorden. In opdracht van de STOWA heeft Blueterra onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor toepassing van P2G bij grote waterzuiveringen. Het blijkt dat deze toepassing op verschillende manieren meerwaarde biedt. Zo kunnen de netkosten beperkt en kan de vrijkomende zuurstof worden gebruikt om de beluchtingsenergie te verminderen. Daarnaast kan het waterstof op de zuivering worden gebonden aan CO2 uit het biogas, hetgeen leidt tot een makkelijk verwerkbaar duurzaam eindproduct: groen gas. Deze concepten bieden nu al zicht op haalbare business cases. Hiermee kan de groei van de waterstofeconomie beginnen! Het rapport zal binnenkort worden gepubliceerd.

Meer weten over toepassing van P2G? Neem dan contact op met Arjen de Jong of Ron Bol.