2019 Archives - Pagina 5 van 5 - BlueTerra
255
archive,paged,category,category-255,paged-5,category-paged-5,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

Forse impact van klimaatakkoord op de industrie

Daags voor Kerst is door Ed Nijpels,  voorzitter van het Klimaatberaad  het ‘Ontwerp van het Klimaatakkoord’ gepresenteerd. Het PBL, het planbureau voor de leefomgeving, gaat het akkoord doorrekenen en daarna moet het kabinet zich er over uitlaten. Als uit deze analyse blijkt dat het voorgestelde maatregelenpakket onvoldoende is om het doel van 49% CO2-reductie in 2030 te halen, dan zal er waarschijnlijk een schepje bovenop moeten. Het kabinet zal vermoedelijk vooral bepalen hoe de lasten worden verdeeld en hoe een en ander in wetten en regelgeving wordt vastgelegd.  BlueTerra verwacht dat het akkoord in hoge mate het beleid van de komende jaren gaat bepalen. Hieronder volgt een korte toelichting.

 

Aan de industrietafel is een reductiedoel in 2030 van 14,3 Mt afgesproken additioneel aan bestaande beleid (5,1 Mt). Ter vergelijking, de bestaande emissie van de industrie ligt in de orde van 35 Mt. Het gaat daarbij om emissies in scope 1, 2 en 3, dat wil zeggen, naast de eigen CO2-emissie ook de emissie van energieleveranciers en emissie in de keten. De industrie committeert zich daarbij aan zo’n 9 tot 15 miljard € aan private investeringen om deze extra opgave te realiseren. De overheid zal van haar kant instrumenten inzetten om de afgesproken doelen te bereiken. De belangrijkste instrumenten zijn:

1.      Subsidie voor innovaties; De overheid zal een subsidie instellen voor klimaatinnovatie oplopend tot 100 mln € per jaar en het bedrijfsleven zal eveneens 100 mln € per jaar investeren.

2.      De SDE+ regeling wordt verbreed naar CO2-reductie (SDE++) waarbij op volgorde van kostenefficiëntie projecten met subsidie worden ondersteunt (budget voor CO2 reductie binnen de SDE loopt op naar 550 mln € per jaar)

3.      Er komt een CO2-heffing

 

Heeft u vragen of u daaronder valt, vragen over het energieakkoord of andere vragen over welk energiebeleid voor uw bedrijf van toepassing wordt, neem dan contact op met Stijn Schlatmann of Egbert Klop.

Zonnepanelen op recreatiewater bieden perspectief

Drijvende zonneparken zijn een nieuwe trend. Naast zonnepanelen op daken en op velden worden de eerste zonneparken op zandwinlocaties en gietwaterbassins gerealiseerd. Dit is welkom, want er zijn nog heel veel zonnepanelen nodig om Nederland te verduurzamen. Tot nu toe zijn er geen projecten gerealiseerd op recreatiewater. Een nieuwe studie in opdracht van STIRR en Leisurelands laat zien dat daar wel kansen liggen. 

Grote zonneparken op landbouwgrond stuiten op steeds meer verzet. De toepassing van zonne-energie op water vormt hiervoor een alternatief. Als slechts 4% van het binnenwater in Nederland wordt benut, dan kan voldoende elektriciteit worden geproduceerd voor meer dan 1 miljoen huishoudens. Uiteraard moet er wel rekening worden gehouden met de functies en gebruikers van water.

Bij zonne-energie op recreatiewater is de beleving van het landschap en het zonne-veld van groot belang. Deze beleving verschilt per persoon en vaak ook per type recreant (zoals badgast, visser, wellnessbezoeker). Verwacht wordt dat veel recreanten de ontwikkeling van zonne-energie zullen accepteren, mits het doel ervan wordt uitgelegd en mits de ruimte voor recreatieve activiteiten niet wordt gehinderd. Aandachtspunten zijn de vormgeving en landschappelijke inpassing en het behoud van ecologie op en onder water. Bovendien is de business case nog kwetsbaar.

Er zijn verschillende strategieën waarmee het zonnepark ingepast kan worden. Uitgewerkt zijn de strategieën ‘show & tell’, ‘attractie’ en ‘verhullen’, waarbij er telkens ook kansen bestaan voor meekoppeling. Voorbeelden van meekoppeling zijn steigers voor vissers, duikplekken, kleine paviljoens etc. De strategie ‘show and tell’ gaat uit van het eenvoudig presenteren van een zonnepark dat zorgvuldig wordt gedetailleerd. Voorbeeld van deze strategie is een volledig rond veld met een rustige kleurstelling. Deze strategie is aantrekkelijk omdat de panelen hoe dan ook zichtbaar zullen worden en omdat dit vanuit een reguliere businesscase haalbaar lijkt.

Bij de totstandkoming van een zonneveld op water eisen verzekeraars beveiliging. Vandalisme, diefstal en ongelukken bij het zonneveld dienen voorkomen te worden en daar is nog weinig ervaring mee. Wel zijn er ideeën over drijvende steigers en hekwerk. Er is ook weinig ervaring met drijvende beplanting en met ecologische structuren onder een zonneveld. Tenslotte dient detailontwerp en de kleurstelling van drijvers nader te worden onderzocht.

Een eerste kans ontstaat voor zonnevelden van 2-2,5 hectare, waarbij meedraaiende zonnevelden positiever uitkomen dan statische velden. Het is denkbaar dat binnenkort marktpartijen kunnen worden gevonden die een dergelijk project willen realiseren, waarbij de terreineigenaar niet zelf investeert maar een kleine vergoeding of de groenestroomcertificaten ontvangt, en na verloop van tijd het zonneveld overneemt.
Het onderzoek is uitgevoerd door BlueTerra Energy Experts, Wing en Verheijden Concepten in opdracht van STIRR en Leisurelands.

Bekijk de rapportage: werkboek_zon_op_water_DEF-gecomprimeerd

 

5 maart: Bijeenkomst SDE+, SDE++ en Klimaatakkoord

De tarieven van de SDE+ 2019 zijn inmiddels gepubliceerd. Wat betekenen ze voor uw biomassaprojecten en hoe gaat het vanaf 2020 met de SDE++? Wat staat er in het Klimaatakkoord over bio-energie? Op 5 maart 2019 willen we u op een middagbijeenkomst van projectgroep bioWKK informeren over deze zo belangrijke ontwikkelingen. Het definitieve programma en de locatie maken we zo snel mogelijk bekend.

Voorlopig programma:

  • Ontvangst met broodjes
  • Gerard van Gorkum (ARN) – Energie uit afval in de circulaire economie
  • Martijn Bos (RVO) – Bio-energie in de SDE+ 2019
  • Sander Lensink (PBL) – Laatste nieuws SDE++ 2020
  • Martijn van Lier (Over Morgen) – Rol van bio-energie in het Klimaatakkoord

 

U kunt hieronder tickets bestellen. Mocht dit niet lukken neem dan contact op met Jeroen Larrivee. Tot 7 dagen voor het event kunt u gratis annuleren.

BlueTerra stroomlijnt EED uitvoering

De uitwerking van een kwalitatief hoogwaardige EED, waar BlueTerra om bekend staat bij regionale milieudiensten, is een complexe organisatorische aangelegenheid. Dat kost bedrijven zelf veel tijd en leidt ook tot hoge uitvoeringskosten. Voor veel bedrijven is een EED echter een wettelijke verplichting die snel en secuur moet worden afgehandeld en bij voorkeur goedkoop kan worden uitgevoerd. BlueTerra heeft daarom na de uitvoering van een groot aantal EED’s het proces gestroomlijnd, van data-opname tot analyse. Dit heeft geleid tot de volgende resultaten:

 

  • Opname data is tot een minimum beperkt.
  • De energie-analyse is per sector (kantoren, hotels, industrie) gestandaardiseerd
  • De maatregelanalyse is waar mogelijk geautomatiseerd

 

De kosten per locatie dalen hierdoor met een kwart tot maar liefst de helft terwijl de kwaliteit op het hetzelfde hoge niveau blijft. Hier kunnen alle auditplichtige partijen nu en in de toekomst hun voordeel mee doen. Op deze manier behoudt BlueTerra een voorsprong op de efficiënte uitvoering van EED’s.
Meer weten? Neem dan contact op met Arjen de Jong of Jos Lenselink.

De eerste zinvolle toepassing Power-to-Gas in beeld

Waterstof is momenteel een veelbesproken bron van energie. Maar waar betaalbare waterstof vandaan moet komen is nog niet duidelijk. Vaak wordt Power-to-Gas (P2G) techniek genoemd als oplossing maar het is voor de meeste toepassingen nog niet haalbaar om duurzame stroom om te zetten naar waterstof. Uit eerder onderzoek van een door Blueterra geleid consortium, genaamd Flexnode, werd duidelijk dat lokale opslag van waterstof de belangrijkste bottleneck is voor de implementatie van P2G projecten.

Het is daarom zoeken naar de optimale verwaarding van P2G om de hoge investeringskosten te kunnen verantwoorden. In opdracht van de STOWA heeft Blueterra onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor toepassing van P2G bij grote waterzuiveringen. Het blijkt dat deze toepassing op verschillende manieren meerwaarde biedt. Zo kunnen de netkosten beperkt en kan de vrijkomende zuurstof worden gebruikt om de beluchtingsenergie te verminderen. Daarnaast kan het waterstof op de zuivering worden gebonden aan CO2 uit het biogas, hetgeen leidt tot een makkelijk verwerkbaar duurzaam eindproduct: groen gas. Deze concepten bieden nu al zicht op haalbare business cases. Hiermee kan de groei van de waterstofeconomie beginnen! Het rapport zal binnenkort worden gepubliceerd.

Meer weten over toepassing van P2G? Neem dan contact op met Arjen de Jong.