Nieuws Archives - Pagina 5 van 6 - BlueTerra
243
archive,paged,category,category-nieuws,category-243,paged-5,category-paged-5,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.4,vc_responsive

Het belang van UPS en noodstroom

Op 29 april 2018 heeft Schiphol grote problemen gehad met zijn stroomvoorziening, de oorzaak hiervan wordt onderzocht door TNO en lijkt een installatiefout te zijn geweest. Als de spanning uitvalt en onderdelen van de installatie vallen daardoor stil kan dit grote gevolgen hebben voor veiligheid, kosten en de beschikbaarheid van diensten of processen. Een goedwerkende Uninteruptable Power Source (UPS) en noodstroom kunnen deze gevolgen wegnemen, of in ieder geval tot een acceptabel niveau beperken.

Vaak worden de termen UPS en noodstroom door elkaar gebruikt terwijl hier praktisch gezien fundamentele verschillen in zitten:

  • Een Uninteruptable Power Source (UPS), de naam zegt het al, zorgt ervoor dat op het moment dat de spanning uit dreigt te vallen, deze zonder onderbreking wordt overgenomen door een andere bron. Hierdoor blijven de eerdergenoemde gevolgen uit en kunnen processen veilig en zonder schade of productverlies worden onderbroken en weer goed kunnen worden opgestart zodra de spanning weer terugkeert.

 

  • Noodstroom kan worden ingezet nadat de stroom is uitgevallen, zodat er niet gewacht hoeft te worden eerdat de spanning weer terugkeert. Hierdoor kunnen de processen weer worden hervat zodat er geen inkomsten misgelopen worden en de diensten weer beschikbaar zijn. Zodra de spanning terugkeert, kan de noodstroom worden afgeschakeld en kan de bedrijfsvoering weer normaal worden voortgezet.

 

Omdat een UPS meestal van beperkte duur vermogen kan leveren, is deze niet geschikt om de installatie te voeden totdat de spanning weer terugkeert. Daarentegen heeft noodstroom meestal een opstarttijd nodig en kan deze niet voorkomen dat processen kortstondig uitvallen. Daarom worden deze twee oplossingen vaak gecombineerd (en daarom ook verward).

Voor elk van de twee oplossingen (en de combinaties ertussen) zijn verschillende technieken mogelijk met voor- en nadelen. De meest gebruikte UPS’en werken op batterijen met een gelijkrichter en omvormer om de sinusvormige spanning in stand te houden en de meest gebruikte noodstroom wordt opgewekt met een dieselaggregaat vandaar de term noodstroomaggregaat (NSA).

Beide technieken zorgen wel voor extra energieverlies, ook als ze niet eens gebruikt worden. Oudere UPS’en (of in situaties met gevoelige apparatuur) werken vaak met een dubbele conversie, dat wil zeggen dat de wisselspanning van het net eerst geconverteerd wordt naar gelijkspanning, om vervolgens de batterijen op spanning te houden en daarna weer worden geconverteerd naar wisselspanning om de installatie te voeden. Deze verliezen kunnen beperkt worden door maar een klein (preferent) deel te laten voeden met een UPS, of om te kiezen voor een systeem dat de wisselspanning meet en alleen converteert op het moment dat deze uit dreigt te vallen. Bij een NSA worden de meeste verliezen veroorzaakt door het warmhouden van de motor (carter) zodat deze snel en betrouwbaar kan starten.

Een interessante oplossing voor deze problemen, vooral bij hogere vermogens, is een Diesel Rotating Uninteruptable Power Source (DRUPS). In deze gecombineerde UPS en NSA-oplossing, zorgt een elektromotor ervoor dat een vliegwiel altijd blijft draaien (synchroon aan de netspanning). Zodra de spanning uit dreigt te vallen, wordt de elektromotor gebruikt als generator die aangedreven wordt door de opgeslagen kinetische energie uit het vliegwiel. Hiermee kan het NSA gelijk worden opgestart zonder het energieverlies van de standverwarming en spanningsconversies. De bijkomende wrijvingsverliezen van het vliegwiel zijn een stuk lager.

Om een goed werkende voorziening te hebben voor als er een storing in het elektriciteitsnetwerk optreedt, is het belangrijk om door een onafhankelijke adviseur een ontwerp te laten maken die is afgestemd op de specificaties van de installatie. Daarnaast zijn periodieke testen noodzakelijk om een goede werking te blijven garanderen.

Wilt u meer informatie over UPS en noodstroom of vraagt u zich af wat wij voor uw bedrijf kunnen betekenen, neem dan contact op met Dominique Bouchier.

 

 

 

 

 

Duurzaamheidstool voor corporaties: Kosten verduurzaming worden overschat

Uit de AEDES routekaarten blijkt dat de corporatiesector 108 miljard euro moet investeren om CO2-neutraal te worden. Dat is voor veel corporaties een opgave die niet financieel is in te passen en daardoor een bedrijfsrisico vormt. Het is daarom belangrijk dat corporaties grip krijgen op deze materie.  Blueterra en Luxs zijn daarom een samenwerking aangegaan om dit probleem op te lossen en de eerste resultaten zijn veelbelovend. Het blijkt dat de kosten in werkelijkheid 30% tot 60% lager kunnen liggen!

Luxs en Blueterra hebben een tool ontwikkeld waarbij op complexniveau kan worden bepaald welke duurzame strategieën mogelijk zijn. Met deze tool kunnen maatregelpakketten specifiek worden afgestemd op het technische mogelijkheden en onderhoudsmomenten van het complex en wordt ook rekening gehouden met innovaties en prijsontwikkelingen.  Dit leidt tot een forse daling van de geraamde kosten doordat voor elke woning de slimste oplossing kan worden gekozen. Zie hieronder een voorbeeld van de resultaten.

Luxs zorgt voor een digitalisatie van de beschikbare gegevens en Blueterra voor kennis van duurzame maatregelpakketten. Vastgoedeigenaren hoeven alleen hun bestaande data beschikbaar te stellen en krijgen uit deze tool begrijpelijke data op complexniveau qua techniek, inpassing en impact voor bewoners. Ook kan op portefeuille niveau gekeken worden naar impact op financiële kernwaarden zoals de LTV ratio.

Kortom, een tool die grote impact kan hebben op het beheersbaar maken van de duurzaamheidsopgave van corporaties. Meer weten? Neem dan contact op met Arjen de Jong van Blueterra of Kris Spitsbaard van Luxs.

SDE+ regeling versoberd

SDE+ regeling versoberd voor grote houtketels in 2018

SDE+ regeling versoberd

Op 2 oktober opent een nieuwe ronde van de SDE+ subsidieregeling. Hierin staat een aantal belangrijke wijzigingen. Voor houtketels groter dan 5 MW pakken de veranderingen helaas niet gunstig uit. De warmtestaffel is aangepast: in plaats van een basisbedrag van 81 euro per MWh tot 3000 vollasturen geldt nu 50 euro per MWh tot 5000 vollasturen. Dit geldt ook voor houtstofbranders. Voor kleinere ketels blijft de regeling ongewijzigd.

Waar de terugverdientijden voor ketels groter dan 5 MW in de voorjaarsronde nog 3-5 jaar waren, lopen de terugverdientijden nu weer op tot 6-7 jaar op basis van 3000 vollasturen. Voor installaties die meer dan 3000 vollasturen kunnen maken is de business case beter. Grotere installaties (15 MW) kunnen vermoedelijk een warmteprijs realiseren van 10 euro per MWh, wat nog steeds ver onder de gasprijs ligt.

De SDE+ zal ook in 2019 open gaan, de details hiervan zijn nog niet bekend. BlueTerra gaat er niet vanuit dat de basisbedragen zullen stijgen. Sinds 2018 wordt het correctiebedrag niet meer gebaseerd op 70% van de aardgasprijs (o.b.v. WKK) maar op 90% van de aardgasprijs. Voor de correctiebedragen wordt getracht deze weer op 70% te krijgen, dit sluit ook veel beter aan bij de praktijk.

De subsidieregeling opent op 2 oktober 2018. Heeft u plannen? Wacht dan niet te lang maar zorg voor onder andere een melding Activiteitenbesluit, een bouwvergunning, een financieringsplan, intentieverklaring van biomassaleverancier en haalbaarheidsstudie.

WKK in de industrie heeft een toekomst op basis van duurzame brandstoffen

De belangrijke rol die WKK speelt in de invulling van de Nederlandse energievraag komt onder druk te staan nu een duurzame energievoorziening wordt vereist en alternatieven zich aandienen. Toch betekent dit niet per definitie het einde van WKK. Een WKK op duurzame brandstof kan een kleinere maar cruciale rol spelen in het toekomstige energiesysteem. WKK op basis van waterstof, biomassa en groengas zal in 2050 vooral nog een aanzienlijk deel van de industriële warmtebehoefte, maar ook een deel van de ruimteverwarming kunnen en misschien wel moeten gaan leveren. Dit blijkt uit een onderzoek van BlueTerra Energy Experts naar een CO2 neutrale energievoorziening in 2050 voor de industrie, de glastuinbouw en de gebouwde omgeving.

In het toekomstig energiesysteem met een fluctuerend elektriciteitsaanbod uit wind en zon is er veel vraag naar regelbaar vermogen. Zelfs als de duurzame elektriciteitsproductie in 2050 de jaarlijkse elektriciteitsvraag fors overstijgt kan in 25% van de tijd de elektriciteitsvraag niet gedekt worden door het aanbod uit wind en zon. Accu’s en import kunnen maar beperkt in de behoefte voorzien ten tijde dat de elektriciteitsvraag het aanbod (langdurig) overstijgt. Tegelijkertijd zijn er sommige warmtevragers die moeilijk duurzaam in te vullen zijn. De behoefte aan regelbare elektrische capaciteit en deze vraag naar duurzame warmte biedt kansen voor een rendabele inzet van WKK op waterstof, biomassa en groengas in 2050.

In de industrie lijken de mogelijkheden voor warmte uit WKK het grootst ondanks een verwachte daling van de warmtevraag van 33% en de inzet van nieuwe bronnen zoals geothermie, warmtepompen en biomassa. Verwarming van processen boven de 160°C blijft namelijk lastig te verduurzamen. Voor de hoogste temperaturen zal CCS (CO2 afvang en opslag) hard nodig zijn, al is het maar omdat er ook in 2050 een grote hoeveelheid restgassen in de petrochemie en metaalsector vrijkomt die alleen maar met CCS CO2 neutraal kan worden gemaakt. Voor de middelhoge temperatuurwarmte tussen de 150°C en 350°C kan duurzame WKK een belangrijke rol spelen. Dit is toch ruim 20% (80 PJ) van de totale warmtevraag in de industrie.

De glastuinbouw heeft voor de verwarming van kassen goede mogelijkheden om over te schakelen op geothermie, restwarmte en elektrificatie (warmtepompen). Inzet van WKK op biomassa en groengas lijkt enkel een mogelijkheid bij teelt met een hoge belichtingsgraad en een grote behoefte aan CO2. In de gebouwde omgeving wordt eveneens een afname van de warmtevraag voorzien en een grootschalige toepassing van warmtepompen, geothermie en restwarmte. Er blijven echter lastige regio’s waar geothermie, restwarmte of elektrificatie moeilijk of zeer kostbaar worden. Hier zal WKK doormiddel van brandstofcellen op waterstof een goede rol kunnen spelen.

Om de stabiliteit te kunnen bieden aan het duurzame elektriciteitssysteem en optimaal te kunnen profiteren van de fluctuerende elektriciteitsprijzen moet een WKK wel duurzaam ingezet kunnen worden. Combinaties met Power-to-Heat oplossingen en warmtebuffering in de industrie en de gebouwde omgeving zijn essentieel om zo de warmte- en elektriciteitsvraag te balanceren.

De benodigde regelbare elektrische capaciteit kan worden ingevuld met stand-alone elektriciteitscentrales of decentrale WKK-toepassingen. De markt zal daarbij vereisen dat deze capaciteit zo rendabel mogelijk wordt gerealiseerd. Zoals benoemd kan WKK voor de eindgebruiker in specifieke gevallen grote voordelen hebben. De meerwaarde van WKK ligt echter niet alleen bij de eindgebruiker. Wanneer in 2050 nog bijna 20% van de elektriciteitsbehoefte uit flexibele centrales moet komen dan zouden decentrale WKK’s voor 100 PJ aan brandstofbesparing kunnen zorgen en miljarden euro’s aan infrastructurele kosten kunnen besparen. Regionale afstemming tussen diverse stakeholders zijn nodig om deze maatschappelijke voordelen te benutten.

De beschikbaarheid en de prijs van de brandstoffen waterstof, biomassa en groengas voor inzet in de WKK hangt sterk af van de vraag naar en meerwaarde van deze brandstoffen in andere sectoren. De binnenlandse beschikbaarheid van biomassa en de mogelijkheden voor waterstofproductie via elektrolyse lijken verre van toereikend om aan de toekomstige vraag te voldoen. Import van waterstof en biomassa en de productie van blauwe waterstof (waterstof uit aardgas in combinatie met CCS) zullen noodzakelijk zijn en deze routes verdienen aandacht in beleidsvorming richting een duurzame energievoorziening.

Lees hier het rapport.

Iedereen van G-gas af, hoe krijgen we dat voor elkaar?

Minister Wiebes van economische zaken heeft afgelopen januari de 200 grootste G-gasafnemers aangeschreven om voor 2022 van het G-gas af te gaan. Het gaat in alle gevallen om bedrijven met een gasontvangststation dat direct op het GTS netwerk voor G-gas is aangesloten. Het afkoppelen van G-gas levert een flinke uitdaging op voor deze bedrijven. Een oplossing kan zijn om het gasontvangststation over te laten zetten op H-gas. Dit betekent wel dat alle apparatuur op G-gas moet worden aangepast voor H-gas hetgeen tot hoge kosten kan leiden. Vooral voor gasturbines en gasmotoren kan de wisselende kwaliteit van H-gas voor uitdagingen zorgen. De kwaliteit van H-gas is namelijk niet zo scherp gedefinieerd als van G-gas en kan flink variëren. Daarom is overleg met leveranciers (garanties!) en een onderzoek naar de mogelijkheden om op gaskwaliteitswisselingen te anticiperen noodzakelijk.

Veel bedrijven grijpen deze situatie daarom aan om na te gaan of de warmtevoorziening op een andere wijze kan worden ingericht. Denk daarbij aan elektrificatie met warmtepompen, restwarmtelevering, geothermie of biomassa. Blue Terra is door verschillende bedrijven gevraagd om een analyse te maken van de mogelijkheden voor een duurzame warmtevoorziening. Zo’n analyse bestaat uit een doorlichting van de bedrijfsprocessen en een omgevingsanalyse. De doorlichting van bedrijfsprocessen moet mogelijkheden voor energiebesparing en elektrificatie opleveren. Met de omgevingsanalyse worden de mogelijkheden voor restwarmte van naburige bedrijven en duurzame bronnen in kaart gebracht. Uiteindelijk kunnen in een financiële evaluatie de mogelijkheden tegen elkaar worden afgezet om tot een juiste mix van maatregelen te komen. Aspecten als timing met betrekking tot subsidies, lange termijn verwachtingen, imago, omgevingsfactoren, risico’s en financieringsmogelijkheden kunnen ook meegenomen worden in de evaluatie. De kosten voor het overzetten van de gasaansluiting op H-gas kunnen hoog uitvallen. Misschien dat daar onderhandelingsruimte in zit om met het netwerkbedrijf over in overleg te gaan. Bent u geïnteresseerd? Neem dan contact op met Stijn Schlatmann, Tel: +31 (0)6-51181100.

Bouw van uniek reversibel waterstof brandstofcelsysteem voltooid

De bouw van de testopstelling van het FlexNode project op het EnTranCe terrein in Groningen is voltooid. De testopstelling is een reversibel waterstof brandstofcelsysteem (RBC) waarbij op omkeerbare wijze elektriciteit omgezet kan worden in waterstof. De RBC bestaat uit een 5,5 kWe electrolyser voor het produceren van waterstof uit water en 1 kWe brandstofcel voor het genereren van elektriciteit uit waterstof. Geproduceerd waterstof wordt opgeslagen in een opslagtank van 850L en druk van ca. 50 bar zonder gebruik te maken van extra compressiestappen. Gescheiden van dit systeem is ook een opstelling met brandstofcel opgeleverd met een reformer. Hierbij wordt, afwijkend van de electrolyser, waterstof uit aardgas geproduceerd. Door integratie van het systeem op het aardgasnetwerk kan extra elektrische capaciteit geleverd worden wanneer dit nodig is.

Het technische doel van het project is het bouwen van een proof-of-concept van een RBC met waterstofopslag. De ontwikkeling van een dergelijk systeem leidt tot een flexibel inzetbare techniek om de energietransitie zo kosteneffectief mogelijk te maken. Tegelijkertijd biedt het product de mogelijkheid om gebouwen te realiseren die grotendeels zelfvoorzienend zijn in hun energieverbruik. Energieproductie uit hernieuwbare bronnen als zonnepanelen en windenergie leiden tot een verhoogd verschil in de vraag en aanbod van energie, zowel op locatie- als tijdniveau. Dit verschil dient opgevangen te worden door opslag van energie tijdens overschotten in de productie. De RBC kenmerkt zich hierin door een langdurige opslag met hoge energiedichtheid. Daarnaast is de regelsnelheid tussen het afnemen en produceren van elektriciteit met de gebruikte technologie hoog wat gunstig is voor het opvangen van pieken en dalen op de energiemarkt. Een RBC genereert als ‘verlies’ nog een aanzienlijke hoeveelheid warmte. Door deze warmte te benutten wordt een hoge systeemefficiëntie bereikt.

Nu de testopstelling is opgeleverd zal de komende tijd door middel van testen aangetoond moeten worden dat de techniek goed werkt en kan voldoen aan gestelde randvoorwaarden voor toepassing. Tegelijkertijd wordt voor verschillende concrete toepassingen onderzocht wat de kosten zijn en de waarde vanuit verschillende aspecten, zoals de flexibiliteit. Belangrijk voor de inzet van een RBC op de markt zijn een correcte dimensionering per toepassing en een optimale regelstrategie.

Het project wordt uitgevoerd door het consortium bestaande uit de Hanzehogeschool, Gasunie, GasTerra, Alliander, Hydron Energy, Jules Energy en BlueTerra en wordt gesubsidieerd door het programma TKI Systeemintegratie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Afvalwaterzuivering Vlaardingen verduurzaamt productie groen gas

Op 17 mei heeft het Hoogheemraadschap van Delfland de installatie voor groen gas bij afvalwaterzuivering De Groote Lucht te Vlaardingen officieel in gebruik genomen. Volgens een uniek en duurzaam proces wordt biogas opgewaardeerd tot groen gas, gas met aardgaskwaliteit. BlueTerra (destijds nog onder de naam Industrial Energy Experts) onderzocht de optimale inzet van het biogas wat heeft bijgedragen aan de realisatie van deze nieuwe duurzame installatie.

 

Jaarlijks produceert de afvalwaterzuivering in Vlaardingen circa 1,8 miljoen m3 biogas. Voorheen werd dit gas verbrand in gasmotoren, waarbij er elektriciteit en warmte werd geproduceerd. BlueTerra concludeerde in het onderzoek dat een groen gas-installatie energetisch en financieel interessanter was dan het investeren in nieuwe gasmotoren.

 

De verbrandingsmotoren naderden het einde van hun levensduur en voldeden niet meer aan de aangescherpte emissie-eisen. ‘”Dat was het moment om te kijken of we verder konden verduurzamen,” zegt Jouke Boorsma, beleidsmedewerker bij Delfland. “Het biogas-proces was namelijk niet optimaal. Van de opgewekte warmte gebruikten we slechts 60 procent; verspilling van energie dus eigenlijk.” In opdracht van het Hoogheemraadschap heeft BlueTerra de groen gas-mogelijkheid vergeleken met de optie van nieuwe verbrandingsmotoren. De groen gas-optie bleek weliswaar de meest ambitieuze, maar ook de duurzaamste en financieel aantrekkelijkste mogelijkheid. Stedin, de beheerder van het gasnetwerk in de regio, reageerde positief op dit initiatief.

 

Delfland heeft de ambitie om in 2025 energieneutraal te zijn; daarnaast wil het waterschap ook groene energie aan derden gaan leveren. De productie van groen gas is een belangrijke stap daarin: Delfland gaat ruim 1 miljoen kuub groen gas per jaar leveren aan het gasnetwerk van Stedin. Dankzij de opwerking tot groen gas, wordt de volledige energie-inhoud van het biogas gebruikt en wordt er geen restwarmte meer vernietigd. Daarnaast wordt het biogas ingezet waar het de meeste waarde heeft, namelijk in de vervoerssector. Lees voor meer informatie het gehele bericht van het Hoogheemraadschap van Delfland op hun website. Of bekijk de video waarop u kunt zien hoe de groen gas-installatie werkt.

 

BlueTerra is al geruime tijd betrokken bij de duurzaamheidsambities van het Hoogheemraadschap Delfland. Zo hebben wij onder andere onderzocht hoe zij energieneutraal kunnen worden en hebben we onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van hoogtemperatuur brandstofcellen.

Whitepaper rentabiliteit hoogtemperatuur warmtepompen

BlueTerra heeft in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een whitepaper gepubliceerd die ingaat op de rentabiliteit van warmtepompen. Enkele kernpunten:

 

  • Warmtepompen die leveren onder de 85°C zijn nu al rendabel mits de inpassingskosten niet te hoog zijn en op basis van de life cycle costs  wordt gerekend.
  • Voor de hogere temperaturen boven de 85°C zal het alleen voor grote bedrijven die meer dan 10 GWh per jaar gebruiken rendabel zijn mits de COP voldoende hoog is en de inpassingkosten niet te hoog.
  • De investeringsruimte geeft naast de warmtepomp en de inpassing daarvan geen ruimte voor de kosten voor capaciteitsuitbreiding van het elektriciteitsnet.

 

De belangrijkste bottleneck vormt de kosten voor uitbreiding van de netcapaciteit. Een mate van socialisering van deze kosten is noodzakelijk voor het succes van de verduurzaming van grootverbruikers.

 

Lees het volledige artikel hier

Hulpwarmtecentrale ’Amsterdam South Connection’ voor NUON

ASC_View22

De engineering van de hulpwarmtecentrale voor NUON is vrijwel afgerond. De centrale vormt een meer dan welkome aanvulling in de expansie van het stadswarmtenet in Amsterdam. De centrale bestaat uit heetwaterketels van in totaal 150 MegaWatt, welke om te bouwen zijn voor toepassing van biobrandstof.

 

Spil in het concept van de hulpwarmtecentrale is een heetwaterbuffer van 3.600 kubieke meter inhoud. Deze buffer zorgt ervoor dat warmte uit AEB kan worden opgeslagen, om als de vraag daar is, te worden doorgeleverd naar de achterliggende stadswijken Zuideramstel en Nieuw West. De hulpwarmtecentrale faciliteert de groei van het stadswarmtenet, vergroot de leveringszekerheid, waarborgt de noodzakelijke vergroening van de warmteopwekking, verhoogt de capaciteit en verbetert de flexibiliteit van warmte-opwekking (multi source).

 

Het ontwerp van de centrale is een trots landmark, dat imponerend oprijst nabij de kruising van de A4, de A10, het spoor en de metrolijn bij De Nieuwe Meer. Het project wordt in Q4 van 2018 aanbesteed.

 

Voor meer informatie neemt u contact op met Egbert Klop: +31 (0)88 – 5200328.