Nieuws Archives - Pagina 8 van 9 - BlueTerra
243
archive,paged,category,category-nieuws,category-243,paged-8,category-paged-8,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

Informatieplicht energiebesparing komt eraan

Energie besparen is een belangrijke stap in het beperken van de CO2-uitstoot en het behalen van de klimaatdoelstellingen. De plicht tot energiebesparing is daarom vastgelegd in Activiteitenbesluit milieubeheer. Inrichtingen van bedrijven en instellingen die meer dan 50.000kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (equivalent) per jaar gebruiken, hebben een energiebesparingsplicht. Volgend jaar verandert deze wet: naast de bestaande energiebesparingsplicht komt er een informatieplicht.
Met de informatieplicht willen overheid en bedrijfsleven samen als ondertekenaars van het Energieakkoord de energiebesparing bij bedrijven en instellingen versnellen. Zo krijgt de transitie naar een CO2-neutrale energiehuishouding een flinke impuls.

Valt uw bedrijf of instelling onder de energiebesparingsplicht én informatieplicht? Dan rapporteert u uiterlijk 1 juli 2019 aan het bevoegd gezag welke energiebesparende maatregelen u heeft getroffen. Daarna rapporteert u uw maatregelen eens per 4 jaar.

Weet u wat deze informatieplicht voor u betekent? Wat is de relatie met EED? Zijn er uitzonderingen? Hoe kunt u de informatieplicht invulling geven? En wat kunt u verwachten van toezicht en handhaving?

Op de website van RVO kunt u zien wat de status op dit moment is: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/energie-besparen/wet-milieubeheer

BlueTerra Energy Experts heeft op dit gebied een belangrijke bijdrage geleverd via de actualisatie van de erkende maatregelenlijsten. Daarnaast zijn wij actief betrokken bij EED, MJA en EIA ontwikkelingen en overzien wij door onze ervaring in de industrie, glastuinbouw en grootzakelijke markt de gehele scope. Wilt u weten wat deze informatieplicht praktisch voor u betekent, neem dan contact op met Michiel Steerneman of Jos Lenselink.

Nieuwe inkomsten voor WKK’s met Certificaten van Oorsprong

Vanaf 1 januari komen er naast de garanties van oorsprong (GvO’s) voor duurzaam opgewekte elektriciteit ook Certificaten van Oorsprong (CvO) voor alle andere met fossiele brandstoffen opgewekte elektriciteit. Dat is een gevolg van een amendement op de wet Vet en wordt ook wel full disclosure genoemd. Voor fossiel opgewekte MWh-en mag het geen GvO heten maar een CvO, het komt echter op hetzelfde neer. De wetwijziging houdt in dat leveranciers van alle elektriciteit die zij leveren de herkomst via certificaten moeten kunnen aantonen. Dit administratieve systeem wordt in Nederland beheert door Certiq. Producenten van elektriciteit kunnen zich registreren bij Certiq waarbij vervolgens door Certiq de opgewekte MWh-en gecertificeerd worden. Voor producenten is dit geen verplichting maar wel een kans om extra inkomsten te genereren.  Leveranciers moeten namelijk voldoende certificaten hebben om stroom te kunnen verkopen. De certificaten vertegenwoordigen dus waarde. De hoogte van die waarde is afhankelijk van het type opwekking en de locatie van de opwekking die zijn gekoppeld aan het GvO certificaat. Het is gebleken dat de consument meer wil betalen voor lokale duurzame energie. Daardoor ligt de prijs van een GvO van elektriciteit van waterkracht uit Noorwegen (1,5€/MWh) bijvoorbeeld lager dan die vanuit wind of zonne-energie in Nederland (6 €/MWh).

Met de nieuwe certificaten van oorsprong kan de brandstof worden herleidt, dus aardgas, kolen of nucleair. Elektriciteit uit WKK wordt aangemerkt als ‘uit aardgas geproduceerd’. Er is dus helaas geen extra credit voor het WKK element, iets wat CertiQ overigens wel zou willen. Maar alle elektriciteit opgewekt met aardgas heeft een aanzienlijk lagere emissie dan uit kolen (800 tot 900 gr/kWh) of zelfs het fossiele gemiddelde (ca 600 gr/kWh). Dit zou kunnen betekenen dat elektriciteit uit aardgas gewilder zou worden dan elektriciteit uit kolen. Ook is de vraag of de consument niet liever elektriciteit uit aardgas koopt dan van nucleaire energie dat een imagoprobleem rondom veiligheid kent.

Wat betekent dit nu concreet voor WKK? Op zich is dit een kans op een extra verdienmodel. Nu al worden CvO’s op aardgas van elektriciteit uit Nederland verkocht in Oostenrijk, omdat daar al met dit systeem wordt gewerkt. De prijs van deze certificaten is naar verluid zo’n 20 ct per MWh. Het is nog erg onzeker hoe deze prijs zich gaat ontwikkelen. Dit hangt onder andere af van het aandeel van de geproduceerde elektriciteit dat geregistreerd gaat worden, oftewel hoe groot het aanbod gaat zijn. Daarnaast is het de vraag of andere landen ook een dergelijke verplichting voor leveranciers in gaan voeren. Als dit niet of beperkt gebeurt dan dreigt de Nederlandse markt overspoelt te worden met buitenlandse certificaten wat de prijs zal drukken. Ten slotte is het nog onzeker hoeveel meerwaarde een leverancier kan halen uit elektriciteit uit aardgas ten opzichte van andere fossiele brandstoffen. Het lijkt echter aannemelijk dat de prijs voor een aardgas certificaat van oorsprong aanzienlijk hoger kan komen te liggen dan de huidige prijs in Oostenrijk en dit op termijn wel degelijk een interessante extra inkomstenbron kan vormen voor WKK’s.

Het betreft een complexe situatie en de kans bestaat dat de invoering van dit systeem voor 1 januari niet gered gaat worden. Nog veel onzekerheid dus wellicht maar een interessante mogelijkheid voor WKK’s. Hou dus ons nieuwsbericht in de gaten of neem contact op, wij volgen de ontwikkelingen.

Oprichting platform energiemanagement volgens ISO 50001

Efficiënter werken met ISO 50001

Informatieplicht, Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED), MJA en erkende maatregelen. Een greep uit de regelingen en energiebesparende maatregelen waar u als organisatie wettelijk aan moet voldoen. Maar levert dit ook daadwerkelijk de energiebesparing op die u ambieert?

Met een energiemanagementsysteem volgens de internationale standaard ISO 50001 weet u zeker dat u aan alle wettelijke eisen voldoet én werkt aan energiebesparing binnen uw organisatie op een manier die bij u past. BlueTerra Energy Experts helpt organisaties met het beschrijven en implementeren van het energiemanagementsysteem. Wij merken echter dat er nog relatief weinig organisaties zijn die ook daadwerkelijk hun systeem laten certificeren. Jammer, want dat certificaat gaat u in de toekomst echt helpen.

BlueTerra start binnenkort met een platform waarin wij gebruikers, experts en aanbieders samenbrengen. Hiermee faciliteren we het delen van kennis en ervaring met als doel energiemanagement toegankelijker te maken.

Over het platform

Het platform Energiemanagement ISO 50001 wordt een ontmoetingsplaats voor iedereen die betrokken is bij energiemanagement: of u nu over ISO 50001 certificaat beschikt, bezig bent met de implementatie, implementatie overweegt of diensten aanbiedt rondom dit thema. Kortom iedereen die een zinvolle bijdrage kan leveren of informatie zoekt is uitgenodigd om mee te werken aan een effectievere werking van het energiemanagementsysteem. Leden ontvangen twee keer per jaar een nieuwsbrief en we bezoeken een aantal organisaties om de praktijkervaringen te delen. We zoeken samenwerking met onder andere NEN en RVO.

Aanmelden

Het platform bevindt zich in de opstartfase. Graag komen wij in contact met organisaties die interesse hebben in lidmaatschap of in het leveren van kennis en praktijkervaring.

Heeft u Interesse in trainingen op het gebied van ISO 50001 of EED? Kijk dan op www.blueterra.nl/trainingen.

Of wilt u gewoon weten wat ISO 50001 voor u kan betekenen, wij hebben tools om dit eenvoudige wijze vast te stellen.

Neem contact op met Michiel Steerneman of Jos Lenselink, wij wisselen graag van gedachten met u!

Het belang van UPS en noodstroom

Op 29 april 2018 heeft Schiphol grote problemen gehad met zijn stroomvoorziening, de oorzaak hiervan wordt onderzocht door TNO en lijkt een installatiefout te zijn geweest. Als de spanning uitvalt en onderdelen van de installatie vallen daardoor stil kan dit grote gevolgen hebben voor veiligheid, kosten en de beschikbaarheid van diensten of processen. Een goedwerkende Uninteruptable Power Source (UPS) en noodstroom kunnen deze gevolgen wegnemen, of in ieder geval tot een acceptabel niveau beperken.

Vaak worden de termen UPS en noodstroom door elkaar gebruikt terwijl hier praktisch gezien fundamentele verschillen in zitten:

  • Een Uninteruptable Power Source (UPS), de naam zegt het al, zorgt ervoor dat op het moment dat de spanning uit dreigt te vallen, deze zonder onderbreking wordt overgenomen door een andere bron. Hierdoor blijven de eerdergenoemde gevolgen uit en kunnen processen veilig en zonder schade of productverlies worden onderbroken en weer goed kunnen worden opgestart zodra de spanning weer terugkeert.

 

  • Noodstroom kan worden ingezet nadat de stroom is uitgevallen, zodat er niet gewacht hoeft te worden eerdat de spanning weer terugkeert. Hierdoor kunnen de processen weer worden hervat zodat er geen inkomsten misgelopen worden en de diensten weer beschikbaar zijn. Zodra de spanning terugkeert, kan de noodstroom worden afgeschakeld en kan de bedrijfsvoering weer normaal worden voortgezet.

 

Omdat een UPS meestal van beperkte duur vermogen kan leveren, is deze niet geschikt om de installatie te voeden totdat de spanning weer terugkeert. Daarentegen heeft noodstroom meestal een opstarttijd nodig en kan deze niet voorkomen dat processen kortstondig uitvallen. Daarom worden deze twee oplossingen vaak gecombineerd (en daarom ook verward).

Voor elk van de twee oplossingen (en de combinaties ertussen) zijn verschillende technieken mogelijk met voor- en nadelen. De meest gebruikte UPS’en werken op batterijen met een gelijkrichter en omvormer om de sinusvormige spanning in stand te houden en de meest gebruikte noodstroom wordt opgewekt met een dieselaggregaat vandaar de term noodstroomaggregaat (NSA).

Beide technieken zorgen wel voor extra energieverlies, ook als ze niet eens gebruikt worden. Oudere UPS’en (of in situaties met gevoelige apparatuur) werken vaak met een dubbele conversie, dat wil zeggen dat de wisselspanning van het net eerst geconverteerd wordt naar gelijkspanning, om vervolgens de batterijen op spanning te houden en daarna weer worden geconverteerd naar wisselspanning om de installatie te voeden. Deze verliezen kunnen beperkt worden door maar een klein (preferent) deel te laten voeden met een UPS, of om te kiezen voor een systeem dat de wisselspanning meet en alleen converteert op het moment dat deze uit dreigt te vallen. Bij een NSA worden de meeste verliezen veroorzaakt door het warmhouden van de motor (carter) zodat deze snel en betrouwbaar kan starten.

Een interessante oplossing voor deze problemen, vooral bij hogere vermogens, is een Diesel Rotating Uninteruptable Power Source (DRUPS). In deze gecombineerde UPS en NSA-oplossing, zorgt een elektromotor ervoor dat een vliegwiel altijd blijft draaien (synchroon aan de netspanning). Zodra de spanning uit dreigt te vallen, wordt de elektromotor gebruikt als generator die aangedreven wordt door de opgeslagen kinetische energie uit het vliegwiel. Hiermee kan het NSA gelijk worden opgestart zonder het energieverlies van de standverwarming en spanningsconversies. De bijkomende wrijvingsverliezen van het vliegwiel zijn een stuk lager.

Om een goed werkende voorziening te hebben voor als er een storing in het elektriciteitsnetwerk optreedt, is het belangrijk om door een onafhankelijke adviseur een ontwerp te laten maken die is afgestemd op de specificaties van de installatie. Daarnaast zijn periodieke testen noodzakelijk om een goede werking te blijven garanderen.

Wilt u meer informatie over UPS en noodstroom of vraagt u zich af wat wij voor uw bedrijf kunnen betekenen, neem dan contact op met Dominique Bouchier.

 

 

 

 

 

Duurzaamheidstool voor corporaties: Kosten verduurzaming worden overschat

Uit de AEDES routekaarten blijkt dat de corporatiesector 108 miljard euro moet investeren om CO2-neutraal te worden. Dat is voor veel corporaties een opgave die niet financieel is in te passen en daardoor een bedrijfsrisico vormt. Het is daarom belangrijk dat corporaties grip krijgen op deze materie.  Blueterra en Luxs zijn daarom een samenwerking aangegaan om dit probleem op te lossen en de eerste resultaten zijn veelbelovend. Het blijkt dat de kosten in werkelijkheid 30% tot 60% lager kunnen liggen!

Luxs en Blueterra hebben een tool ontwikkeld waarbij op complexniveau kan worden bepaald welke duurzame strategieën mogelijk zijn. Met deze tool kunnen maatregelpakketten specifiek worden afgestemd op het technische mogelijkheden en onderhoudsmomenten van het complex en wordt ook rekening gehouden met innovaties en prijsontwikkelingen.  Dit leidt tot een forse daling van de geraamde kosten doordat voor elke woning de slimste oplossing kan worden gekozen. Zie hieronder een voorbeeld van de resultaten.

Luxs zorgt voor een digitalisatie van de beschikbare gegevens en Blueterra voor kennis van duurzame maatregelpakketten. Vastgoedeigenaren hoeven alleen hun bestaande data beschikbaar te stellen en krijgen uit deze tool begrijpelijke data op complexniveau qua techniek, inpassing en impact voor bewoners. Ook kan op portefeuille niveau gekeken worden naar impact op financiële kernwaarden zoals de LTV ratio.

Kortom, een tool die grote impact kan hebben op het beheersbaar maken van de duurzaamheidsopgave van corporaties. Meer weten? Neem dan contact op met Arjen de Jong van Blueterra of Kris Spitsbaard van Luxs.

SDE+ regeling versoberd

SDE+ regeling versoberd voor grote houtketels in 2018

SDE+ regeling versoberd

Op 2 oktober opent een nieuwe ronde van de SDE+ subsidieregeling. Hierin staat een aantal belangrijke wijzigingen. Voor houtketels groter dan 5 MW pakken de veranderingen helaas niet gunstig uit. De warmtestaffel is aangepast: in plaats van een basisbedrag van 81 euro per MWh tot 3000 vollasturen geldt nu 50 euro per MWh tot 5000 vollasturen. Dit geldt ook voor houtstofbranders. Voor kleinere ketels blijft de regeling ongewijzigd.

Waar de terugverdientijden voor ketels groter dan 5 MW in de voorjaarsronde nog 3-5 jaar waren, lopen de terugverdientijden nu weer op tot 6-7 jaar op basis van 3000 vollasturen. Voor installaties die meer dan 3000 vollasturen kunnen maken is de business case beter. Grotere installaties (15 MW) kunnen vermoedelijk een warmteprijs realiseren van 10 euro per MWh, wat nog steeds ver onder de gasprijs ligt.

De SDE+ zal ook in 2019 open gaan, de details hiervan zijn nog niet bekend. BlueTerra gaat er niet vanuit dat de basisbedragen zullen stijgen. Sinds 2018 wordt het correctiebedrag niet meer gebaseerd op 70% van de aardgasprijs (o.b.v. WKK) maar op 90% van de aardgasprijs. Voor de correctiebedragen wordt getracht deze weer op 70% te krijgen, dit sluit ook veel beter aan bij de praktijk.

De subsidieregeling opent op 2 oktober 2018. Heeft u plannen? Wacht dan niet te lang maar zorg voor onder andere een melding Activiteitenbesluit, een bouwvergunning, een financieringsplan, intentieverklaring van biomassaleverancier en haalbaarheidsstudie.

WKK in de industrie heeft een toekomst op basis van duurzame brandstoffen

De belangrijke rol die WKK speelt in de invulling van de Nederlandse energievraag komt onder druk te staan nu een duurzame energievoorziening wordt vereist en alternatieven zich aandienen. Toch betekent dit niet per definitie het einde van WKK. Een WKK op duurzame brandstof kan een kleinere maar cruciale rol spelen in het toekomstige energiesysteem. WKK op basis van waterstof, biomassa en groengas zal in 2050 vooral nog een aanzienlijk deel van de industriële warmtebehoefte, maar ook een deel van de ruimteverwarming kunnen en misschien wel moeten gaan leveren. Dit blijkt uit een onderzoek van BlueTerra Energy Experts naar een CO2 neutrale energievoorziening in 2050 voor de industrie, de glastuinbouw en de gebouwde omgeving.

In het toekomstig energiesysteem met een fluctuerend elektriciteitsaanbod uit wind en zon is er veel vraag naar regelbaar vermogen. Zelfs als de duurzame elektriciteitsproductie in 2050 de jaarlijkse elektriciteitsvraag fors overstijgt kan in 25% van de tijd de elektriciteitsvraag niet gedekt worden door het aanbod uit wind en zon. Accu’s en import kunnen maar beperkt in de behoefte voorzien ten tijde dat de elektriciteitsvraag het aanbod (langdurig) overstijgt. Tegelijkertijd zijn er sommige warmtevragers die moeilijk duurzaam in te vullen zijn. De behoefte aan regelbare elektrische capaciteit en deze vraag naar duurzame warmte biedt kansen voor een rendabele inzet van WKK op waterstof, biomassa en groengas in 2050.

In de industrie lijken de mogelijkheden voor warmte uit WKK het grootst ondanks een verwachte daling van de warmtevraag van 33% en de inzet van nieuwe bronnen zoals geothermie, warmtepompen en biomassa. Verwarming van processen boven de 160°C blijft namelijk lastig te verduurzamen. Voor de hoogste temperaturen zal CCS (CO2 afvang en opslag) hard nodig zijn, al is het maar omdat er ook in 2050 een grote hoeveelheid restgassen in de petrochemie en metaalsector vrijkomt die alleen maar met CCS CO2 neutraal kan worden gemaakt. Voor de middelhoge temperatuurwarmte tussen de 150°C en 350°C kan duurzame WKK een belangrijke rol spelen. Dit is toch ruim 20% (80 PJ) van de totale warmtevraag in de industrie.

De glastuinbouw heeft voor de verwarming van kassen goede mogelijkheden om over te schakelen op geothermie, restwarmte en elektrificatie (warmtepompen). Inzet van WKK op biomassa en groengas lijkt enkel een mogelijkheid bij teelt met een hoge belichtingsgraad en een grote behoefte aan CO2. In de gebouwde omgeving wordt eveneens een afname van de warmtevraag voorzien en een grootschalige toepassing van warmtepompen, geothermie en restwarmte. Er blijven echter lastige regio’s waar geothermie, restwarmte of elektrificatie moeilijk of zeer kostbaar worden. Hier zal WKK doormiddel van brandstofcellen op waterstof een goede rol kunnen spelen.

Om de stabiliteit te kunnen bieden aan het duurzame elektriciteitssysteem en optimaal te kunnen profiteren van de fluctuerende elektriciteitsprijzen moet een WKK wel duurzaam ingezet kunnen worden. Combinaties met Power-to-Heat oplossingen en warmtebuffering in de industrie en de gebouwde omgeving zijn essentieel om zo de warmte- en elektriciteitsvraag te balanceren.

De benodigde regelbare elektrische capaciteit kan worden ingevuld met stand-alone elektriciteitscentrales of decentrale WKK-toepassingen. De markt zal daarbij vereisen dat deze capaciteit zo rendabel mogelijk wordt gerealiseerd. Zoals benoemd kan WKK voor de eindgebruiker in specifieke gevallen grote voordelen hebben. De meerwaarde van WKK ligt echter niet alleen bij de eindgebruiker. Wanneer in 2050 nog bijna 20% van de elektriciteitsbehoefte uit flexibele centrales moet komen dan zouden decentrale WKK’s voor 100 PJ aan brandstofbesparing kunnen zorgen en miljarden euro’s aan infrastructurele kosten kunnen besparen. Regionale afstemming tussen diverse stakeholders zijn nodig om deze maatschappelijke voordelen te benutten.

De beschikbaarheid en de prijs van de brandstoffen waterstof, biomassa en groengas voor inzet in de WKK hangt sterk af van de vraag naar en meerwaarde van deze brandstoffen in andere sectoren. De binnenlandse beschikbaarheid van biomassa en de mogelijkheden voor waterstofproductie via elektrolyse lijken verre van toereikend om aan de toekomstige vraag te voldoen. Import van waterstof en biomassa en de productie van blauwe waterstof (waterstof uit aardgas in combinatie met CCS) zullen noodzakelijk zijn en deze routes verdienen aandacht in beleidsvorming richting een duurzame energievoorziening.

Lees hier het rapport.

Iedereen van G-gas af, hoe krijgen we dat voor elkaar?

Minister Wiebes van economische zaken heeft afgelopen januari de 200 grootste G-gasafnemers aangeschreven om voor 2022 van het G-gas af te gaan. Het gaat in alle gevallen om bedrijven met een gasontvangststation dat direct op het GTS netwerk voor G-gas is aangesloten. Het afkoppelen van G-gas levert een flinke uitdaging op voor deze bedrijven. Een oplossing kan zijn om het gasontvangststation over te laten zetten op H-gas. Dit betekent wel dat alle apparatuur op G-gas moet worden aangepast voor H-gas hetgeen tot hoge kosten kan leiden. Vooral voor gasturbines en gasmotoren kan de wisselende kwaliteit van H-gas voor uitdagingen zorgen. De kwaliteit van H-gas is namelijk niet zo scherp gedefinieerd als van G-gas en kan flink variëren. Daarom is overleg met leveranciers (garanties!) en een onderzoek naar de mogelijkheden om op gaskwaliteitswisselingen te anticiperen noodzakelijk.

Veel bedrijven grijpen deze situatie daarom aan om na te gaan of de warmtevoorziening op een andere wijze kan worden ingericht. Denk daarbij aan elektrificatie met warmtepompen, restwarmtelevering, geothermie of biomassa. Blue Terra is door verschillende bedrijven gevraagd om een analyse te maken van de mogelijkheden voor een duurzame warmtevoorziening. Zo’n analyse bestaat uit een doorlichting van de bedrijfsprocessen en een omgevingsanalyse. De doorlichting van bedrijfsprocessen moet mogelijkheden voor energiebesparing en elektrificatie opleveren. Met de omgevingsanalyse worden de mogelijkheden voor restwarmte van naburige bedrijven en duurzame bronnen in kaart gebracht. Uiteindelijk kunnen in een financiële evaluatie de mogelijkheden tegen elkaar worden afgezet om tot een juiste mix van maatregelen te komen. Aspecten als timing met betrekking tot subsidies, lange termijn verwachtingen, imago, omgevingsfactoren, risico’s en financieringsmogelijkheden kunnen ook meegenomen worden in de evaluatie. De kosten voor het overzetten van de gasaansluiting op H-gas kunnen hoog uitvallen. Misschien dat daar onderhandelingsruimte in zit om met het netwerkbedrijf over in overleg te gaan. Bent u geïnteresseerd? Neem dan contact op met Stijn Schlatmann, Tel: +31 (0)6-51181100.

Bouw van uniek reversibel waterstof brandstofcelsysteem voltooid

De bouw van de testopstelling van het FlexNode project op het EnTranCe terrein in Groningen is voltooid. De testopstelling is een reversibel waterstof brandstofcelsysteem (RBC) waarbij op omkeerbare wijze elektriciteit omgezet kan worden in waterstof. De RBC bestaat uit een 5,5 kWe electrolyser voor het produceren van waterstof uit water en 1 kWe brandstofcel voor het genereren van elektriciteit uit waterstof. Geproduceerd waterstof wordt opgeslagen in een opslagtank van 850L en druk van ca. 50 bar zonder gebruik te maken van extra compressiestappen. Gescheiden van dit systeem is ook een opstelling met brandstofcel opgeleverd met een reformer. Hierbij wordt, afwijkend van de electrolyser, waterstof uit aardgas geproduceerd. Door integratie van het systeem op het aardgasnetwerk kan extra elektrische capaciteit geleverd worden wanneer dit nodig is.

Het technische doel van het project is het bouwen van een proof-of-concept van een RBC met waterstofopslag. De ontwikkeling van een dergelijk systeem leidt tot een flexibel inzetbare techniek om de energietransitie zo kosteneffectief mogelijk te maken. Tegelijkertijd biedt het product de mogelijkheid om gebouwen te realiseren die grotendeels zelfvoorzienend zijn in hun energieverbruik. Energieproductie uit hernieuwbare bronnen als zonnepanelen en windenergie leiden tot een verhoogd verschil in de vraag en aanbod van energie, zowel op locatie- als tijdniveau. Dit verschil dient opgevangen te worden door opslag van energie tijdens overschotten in de productie. De RBC kenmerkt zich hierin door een langdurige opslag met hoge energiedichtheid. Daarnaast is de regelsnelheid tussen het afnemen en produceren van elektriciteit met de gebruikte technologie hoog wat gunstig is voor het opvangen van pieken en dalen op de energiemarkt. Een RBC genereert als ‘verlies’ nog een aanzienlijke hoeveelheid warmte. Door deze warmte te benutten wordt een hoge systeemefficiëntie bereikt.

Nu de testopstelling is opgeleverd zal de komende tijd door middel van testen aangetoond moeten worden dat de techniek goed werkt en kan voldoen aan gestelde randvoorwaarden voor toepassing. Tegelijkertijd wordt voor verschillende concrete toepassingen onderzocht wat de kosten zijn en de waarde vanuit verschillende aspecten, zoals de flexibiliteit. Belangrijk voor de inzet van een RBC op de markt zijn een correcte dimensionering per toepassing en een optimale regelstrategie.

Het project wordt uitgevoerd door het consortium bestaande uit de Hanzehogeschool, Gasunie, GasTerra, Alliander, Hydron Energy, Jules Energy en BlueTerra en wordt gesubsidieerd door het programma TKI Systeemintegratie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.